franfotoblog

18 | 12 | 2022
252

Niet thuis

Ook in modern ongeduld zit een zekere schoonheid. Zeker als het zich geluidloos voltrekt en je er getuige van mag zijn. Als al de nieuwste technieken niet volstaan en men weer gewoon op handgebaren moet overgaan. Geen dia-, maar monoloog. De angst dat je niet duidelijk genoeg zult zijn. Wat heb ik een geluk met deze actrice.

Deze twee fotootjes zijn binnen twee minuten gemaakt. Een kleine privévoorstelling op m’n stoep. De buurvrouw was net per fiets vertrokken of er probeerde iemand bij haar binnen te komen. Voortdurend aanbellen, deur duwen, naar boven kijken, telefoneren, rondje lopen of op de drempel gaan zitten; niets hielp.Ten lange leste dan maar een afscheids appje, miss ongeduld kwam in vrede, maar ze had het nu even met haar gehad. En weg was ze.

Het lijkt wel of iedere generatie een andere betekenis geeft aan dat V-teken. Ik ken het als een internationaal begrip: PEACE! Gevolgd door MAN!, op z’n Amerikaans natuurlijk. Het gaf net even een ander gevoel als het V-teken waarmee Winston Churchill dat vóór ons had gedaan. Onze PEACE! was persoonlijker gericht, in de sfeer van ‘Alle Menschen werden Bruder’. Bij Churchill ging het om het stopzetten van de oorlog; “V for Victory!”. Bij deze vrouw ontbreekt iedere ‘peace’ en lijkt het meer op het afleggen van een eed: ‘the truth and nothing but the truth’.

Ik zie haar hele stemming terug in deze twee foto’s. De eerste drukt het ”ik heb mijn doel bereikt en kom in vrede” uit. Zij moet in beeld met de voordeur. En als ze woedend weggaat is alleen een duim naar beneden voldoende; zijzelf blijft buiten beeld. Ze wil er niks meer mee te maken hebben. Duimpje en deur, daar zal de buurvrouw het mee moeten doen. Nét goed.

Het mooie is dat deze vrouw niet genoeg heeft aan emoticons, maar ze het nog eens dunnetjes over doet in gebarentaal. Alsof je op tamtamgeluiden overgaat als de radio uitvalt.

14 | 12 | 2022
251

Hoek

Hoe zet je een gevoel over in een beeld? Eerst dat gevoel ontleden. M’n eigen ervaringen meten aan een algemene, die anderen kunnen herkennen. Heb ik ooit in de hoek gestaan? Hoe voelde ik me daarbij? Ik heb daar toen nooit moeite mee gehad. Is mijn eerste gevoel, ‘isolatie’, niet veel te dramatisch?

Een lege, koele, grijze ruimte, bijna zonder geur. Metaal, beton, steen en hout. Kale muren zijn kenmerkend voor interieurs van bedrijfsruimtes. Nergens afleiding, hier wordt gewerkt. Alles doet hier z’n best neutraal te zijn, behalve die rode plastic contrastekker. Zelfs de frisheid van het jonge beton, ondanks die vlekken op de vloer. Om al die regelmaat te doorbreken zet ik het verdwijnpunt van de compositie net naast de centrale as. Ik ga al die keurige perfectie niet bevestigen.

De leegte wordt versterkt door die kratten. Met hun tralies om lucht vast te houden. Scheten in een netje, zo weer weg. De leegheid van het voorbijgaande.

De flinke groothoek ontwricht een normale blik, al die weidsheid maakt het nog leger. En wat is de functie van dat grote witte vlak op rechts? Een deur? Nergens een houvast, geen slot of hendel.

Het ontbreken van een raam of deur geeft je het gevoel dat je nergens weg kunt. De metalen grijze banen zijn zoals een garagedeur of een rolluik dicht en gesloten. Het flitslicht suggereert dat dit hoekje anders in het duister gebleven was. Je kunt geen kant op. Claustrofobie is uiteindelijk het gevoel.

11 | 12 | 2022
250

Fonofotografie 25

Heel even denk je de vondst van de eeuw te doen in een rommelige platenbak ergens in Amsterdam-Oost voor 2 Euro: de hoes die Miles verbood! *

Meteen daarna dat zoiets echt onmogelijk is. Dan weer de hoop van misschien de ‘Zuidamerikaanse versie’. Zou dan wel een wat luchtige titel voor zo’n gedegen productie met Gil Evans en 19 andere muzikanten zijn geweest.

De enige overeenkomst is de foto van Norman Menard. Die moet eerst bij Miles zijn gebruikt, in oktober 1957. Ik geloof niet dat die zuidamerikaanse versie er eerder was. Voor een hoes van Mr. Davis gebruikte je geen afdankertjes. Een koppige ontwerper bij CBS heeft ‘m later maar op een LP gebruikt die nooit de US of A zou bereiken. Made in Argentina. Nu in Kringloopwinkel ‘t Hartje.

Een vroeg voorbeeld van Miles' zelfbewustzijn tegenover de 'witte' marketing van CBS.

* Uit Wikipedia: “Davis was reportedly unhappy about the album’s original cover, wich featured a photograph of a young white woman and child aboard a sailboat. He made his displeasure known to Columbia executive George Avakian, asking, “Why you put that white bitch on there?” Avakian later stated that the question was made in jest. For later releases of the record, however, the original cover-photo has been replaced by a photograph of Miles Davis”.

7 | 12 | 2022
249

Tintin

Wim Noordhoek heeft ooit gezegd: “Er komt geen eind aan Kuifje”. Wat valt daar nog aan toe te voegen? Voor na-oorlogse jongens, zoals ik, een fantastische ervaring om aan de volwassen werkelijkheid te wennen. Je zou zomaar zelf Kuifje kunnen zijn.

Tot in het midden van de zeventiger jaren dit soort jongens hun nagetekende Kuifjes zelf gingen uitgeven. Ze lieten hun held nu alles overkomen dat door God en Vaderland verboden was. Het gevoel om van de keurige kanten van Kuifje verlost te zijn, moet een opluchting zijn geweest.

Na de dood van Hergé werd duidelijk dat er verder geen nieuwe Kuifjes meer op de markt zouden verschijnen. De handel heeft zich verplaatst naar driedimensionale beeldjes van de personages uit de albums. Ook een vorm van verering.

In de Jan van Galenstraat vond ik een variant. In de traditie van de Afrikaanse kunst om van alles te maken uit oud blik, had iemand een replica van de albumcover van ‘Kuifje en het geheim van de Eenhoorn’ gemaakt. Om sleutels aan kunnen hangen of theedoeken.

Je kunt er aan zien wat de basisideeën voor die cover zijn geweest: een razende Haddock met hoed en verendos en geheven sabel. Kuifje schrikt ervan en Bobbie zet het op een lopen. Een lege fles verklaart al deze onrust. Het schilderij aan de muur is van een voorvader van Haddock. Hij draagt dezelfde hoed met pluimen. In het midden een ronde afbeelding, alsof je door een verrekijker kijkt, van een zeventiende-eeuws zeilschip: De Eenhoorn.

In deze versie vaart De Eenhoorn van rechts naar links en heeft Kuifje nu z’n latere blauwe trui aan i.p.v. z’n witte overhemd met blauwe stropdas. En z’n hoofd heeft iets ajuinerigs. Komt vast van de tegenvorm waar dit metaal overheen geklopt is.

De achterkant is gemaakt uit de mantel van een blik Diluente nitro 416, een verfverdunner.Thinner. De samenhang van -tin- met de Franse naam voor onze stripheld blijft me achtervolgen.