franfotoblog

4 | 10 | 2020
35

Vrouw in vouw

Voordat ik op de Grafische School zat wist ik niets van drukwerk. Je las de krant en daarna gooide je ‘m weg. Dat een krantenpapierbaan met een bloedgang over allerlei cilinders perfect sluitend vierkleurenwerk af kon leveren, moest je eerst zelf meemaken. Een millimeter verschuiving van de kleuren van een foto, dat ziet iedereen. 

Onze ogen zijn gewend aan zulke perfectie. Op die school kwam ik erachter dat er daarbij ook een hoop verborgen bleef. Om goed drukwerk te leveren maak je gebruik van trucs. 

Dit is er zo een. Uit het kunsttijdschrift ‘Mister Motley’. Door het aan elkaar lijmen van vellen papier in de rug van een tijdschrift, ontstaat een hobbel. De lezer wil het blad plat neerleggen om alles goed te kunnen bekijken. Door die opbolling in de rug is dat onmogelijk. Er vervalt informatie. Een gedeelte zal in de vouw onzichtbaar blijven. 

Bij deze foto van een zalenvrouw in het Pushkin Museum wil je graag haar gezicht zien. Dat geeft een indruk van haar en het Russisch museumbeleid. 

De lithograaf zal van de foto twee opnames naar de drukker sturen die elkaar net overlappen, waardoor het wegvallen van beeld op die plek wordt opgeheven: het zgn. ‘Freeswit’. Bijna weer een twee-eenheid. 

Druk je de rug goed plat dan blijkt deze vrouw eigenlijk een tweekoppig monster. Of iemand die uit zichzelf treedt door de aanwezigheid van zoveel schoonheid. Tweeling in één jurk kan ook. Ik herinner me Russische bewaaksters en hun ogen in mijn rug. 

Ik lees net bij K. Schippers: “Dit zit in de vouw van een ogenblik, dat wat altijd weer gebeurt zonder dat het in de herinnering wordt opgeslagen.”


[ met dank aan Drukkerij Raddraaier ] 

Fotografie Andy Freeberg
1 | 10 | 2020
34

Het Proces

De eerste popgroep waar ik mee mocht werken was Josef K. Dat kon pas toen ik bij een tijdschrift zat. Tot dan toe had ik alleen maar concertfoto’s kunnen maken. Ik was te afhankelijk van anderen, en alles blijft toch wat voorspelbaar. Hup, naar buiten. 

Ze zaten in de ontbijtzaal van hotel Wiechmann, het hotel voor beginnende popgroepen. Over het concert in de Melkweg de avond ervoor, was men niet zo tevreden. Slecht geluid en een zaal vol hippies. In 1981 de aartsvijanden. 

Als locatie stelde ik de voormalige gevangenis bij het Weteringplantsoen voor. Om de claustrofobische sfeer. Prima. Paul Haig en Malcolm Ross vielen meteen op. Zij schreven het materiaal. Haig zag er uit als een Amerikaanse jongen met bebopkapsel. Hij moest vooraan staan. 

De foto’s zijn, zonder dat ik het wist, ook gebruikt in ‘Sounds’ en op de binnenhoes van hun enige LP. Deze inloopstrook is later m’n favoriet geworden. 

Eigenlijk druk ik altijd de eerste twee negatieven als één beeld af. Van beiden een deel. Het witte gedeelte, links, is zwart op het negatief. Dat raakte belicht als je de film in de camera legde. Daarna klapte je de achterwand dicht en maakte zoals altijd twee opnames, waardoor je zeker wist dat er onbelichte film achter het opnamevenster zat. 

Op het tweede negatief zie je ook het wegbelichte deel wat op het eerste staat. Eigenlijk maakte ik twee keer dezelfde foto. Toevallig zijn de emoties en houdingen van de drie bandleden in dat eerste stukje film van toepassing op het tweede negatief. Hoe geschokt ze zijn door wat ze door die poort zien: Ross voor het vuurpeleton. 

Achteraf zat alles al in die eerste twee seconden.

26 | 9 | 2020
33

Miss Noir

Afgelopen woensdagochtend wilde ik de dag beginnen met Gréco. Anders nooit last van. Een mysterieus begin voor een dag, zoals die hele vrouw. Ik begrijp nu dat ze toen is overleden. 

Ze had een donker geheim rond haar heen hangen. Continu verleiding, heel vervelend. Je weet niet meer of zo’n vrouw oprecht is of helemaal opgaat in haar image. En dat was sterk; ”Femme libre et moderne” volgens de Fransen. Zoals Johnny Cash meestal in het zwart. Net als Montand en Piaf. Dood en deftig. Er bestaat geen existentialisme in een Hawai hemd. 

Op deze geconcentreerde hoesfoto, de boerka look. Het klassieke mysterie in ieders gezicht, alleen haar ogen. 1000 en 1 nacht. Het kapsel en haar linkeroog doen denken aan Françoise Hardy. Geen expressie, alleen maar zijn. Iemand die ‘s nachts op straat aan je voorbijgaat. Hoort deze blik bij “Déshabillez-moi”? Ik had altijd de indruk dat ze in films veel van haar imago moest inleveren. Ze bewoog en kwam tot leven, dat hoort niet bij een grande dame met allure. Die blijven ongenaakbaar. 

Ik vond haar meer een woordkunstenares. Niemand sprak zo mooi Frans. Zonder nadruk kon ze letters in haar chansons de klank geven van gefluisterde intimiteit, vrouwelijk verlangen, venus en vertes. Betoverend zo lang het donker bleef.