franfotoblog

7 | 11 | 2020
44

Op wereldreis met Ed en Gerda

Uit: de Katholieke Illustratie (26/09/1959), pagina 16-17: “Toen we het geld voor een sportwagen bij elkaar hadden, wilden we ineens helemaal geen auto meer hebben en daarom zijn we toen maar over een wereldreis begonnen”. 

Kijk, geachte K.I.-lezers, zó is het gegaan, zó zijn we op het idee van een wereldreis gekomen. Wij hebben nog geen kinderen en ik heb geen vaste baan. Ik ben mijn eigen baas en heb geen enkele vaste klant, hetgeen me altijd grote zorgen gebaard heeft, maar nu goed van pas komt. Ons huis hebben we voorlopig verhuurd en u betaalt via uw abonnementsgeld de honoraria, welke de K.I. ons voor een serie artikelen, waarvan dit de eerste is, onderweg nastuurt. Mijn uitgever publiceert na afloop een boek over de reis, de AVRO is zo goed geweest om mij een contract aan te bieden voor een reeks televisiefilms over onze avonturen en zo hopen we het te redden. 

We nemen weinig bagage mee en zoeken goedkope reisgelegenheden. We hebben al ontdekt dat er over de hele wereld Nederlandse boten varen, waaronder er zijn die nooit in Nederland of zelfs Europa komen, maar ergens in Azië of Zuid-Amerika een lijn of lijntje bevaren. Op de steun van veel Nederlandse reders kunnen we rekenen en daarmee ligt de wereld voor ons open. 

Om te beginnen gaan we naar de Afrikaanse Goudkust, langs Frans-West-Afrika en Liberia naar Ghana. Vandaar gaan we om de Kaap en over de Indische Oceaan naar Singapore en daarna naar China, dat wil zeggen naar Hongkong, want ik vermoed dat we Rood China niet binnen mogen. 

Vervolgens reizen we naar Japan en verder hebben onze plannen nog geen vorm. In alle havens onderweg gaan we steeds aan land; we blijven er zo lang mogelijk en willen zover als we kunnen ook het binnenland in. Dat is allemaal nog niet vooruit te bekijken, want het hangt ook van de bootverbindingen af. U leest er te zijner tijd wel meer van in de K.I. We hopen U spoedig de eerste reisreportage voor te zetten. Duimt u voor ons? 

Ed van der Elsken

4 | 11 | 2020
43

Night in Tunesia

Als Han Bennink gaat spelen verwacht je wat. Dat hij een been over z’n snaredrum legt, terwijl hij een ritme tikt op de klomp aan zijn andere voet en tegelijk een verzameling drumstokken met klaterend geweld over de grond laat vallen. 

Hier prepareert hij een rietje op zijn klarinet. Zoals John Cage een ‘Sonata voor een stille piano’ schreef, zou je deze situatie ook als een optreden zonder geluid kunnen zien. En nergens het benauwde gevoel dat er niks gebeurt en dat dit zo vol betekenis is. 

Wat ik me herinner is dat hij omschreef hoe het was om deze tentoonstelling van Sipke Huismans te openen en wat hij zou gaan spelen. Sipke had zijn armen over elkaar gevouwen, er waren zo’n twintig mensen, een intieme sfeer. Het zou klein en intens blijven. 

Het geluid van een klarinet is fris, houtachtig, kan opzwepend zijn, maar ook donker en vertellend. Het komt in de buurt van de menselijke stem. Ik las ooit de Amerikaanse omschrijving: “Reedy, Warm, Breathy, Dark/Bright, Heavy/LIght Flat”, bijna een songtekst. 

Sipke exposeerde ook beschilderde inlays uit de doosjes van cassettebandjes. De meest mysterieuze vond ik “Night in Tunesia”, naar het nummer van Dizzy Gillespie. Je kan de rillijnen er nog in terug zien. 

Je ziet ook palmbladeren en ondergrondse wortelgroei, een fata morgana van bergen in de verte, of zijn het pyramides? Maar vooral die enorme sterrenhemel. Dezelfde sterren als van Gogh schilderde boven zijn ‘Caféterras bij Nacht’; warm, heavy en dark/bright. 

Han Bennink raakte ze een voor een aan, ik werd betoverd en die inlay was verkocht.

1 | 11 | 2020
42

Brusselaer

Carmiggelt, alleen de naam al. Dan die morsige stukjes. Verfijnde observaties in een puntige stijl. Een dagelijkse observatie in Het Parool: Kronkel. Over vermoeide levens. In de tijd van de Opbouw eindelijk een realistische stem. Amsterdammers en hun cafés; een begrip dankzij hem. Eigenaardig dat ik pas in Brussel de passende sfeer vond om iets terug te doen.

28 | 10 | 2020
41

Bestseller

Horizontale lijnen maken me altijd rustig. Als ze doorbroken worden door een diagonaal wordt het spannend. In m’n naïviteit denk ik altijd dat de Russische constructivisten ook voor de arbeiders werkten, niet alleen voor de Aesthetiek. Bij hen is de diagonaal altijd dynamisch. Aflopend of oplopend, er ontstaat vaart. Revolutie! 

Dit is een verbouwing van een filiaal van de keten ‘Bestseller’ op de hoek van de Ceintuurbaan en de Ferdinand Bolstraat in Amsterdam. Voorheen de kledingwinkel ‘Metro’, waar het altijd uitverkoop was (voordat de metro er onder door ging). De lange jalouzie-achtige ramen boven de etalageruiten doen denken aan de twintiger jaren. Ik ken ze ook als bovenlichten in klaslokalen van Amsterdamse scholen. 

Lijnen in beeld vormen hokjes, het begin van ordening. Ik hield de man in het blauw in de gaten, en z’n maat om de hoek fungeerde als spiegelbeeld. Het is handig als je een stelling afbreekt om dat in het zelfde tempo te doen en met dezelfde onderdelen. Het zijn dezelfde handelingen, maar de een kan net een fractie eerder dan de ander zo’n looplank uit de steiger verwijderen. 

Sinds wanneer zijn bouwvakkers eigenlijk halflange broeken gaan dragen? Zijn ze liever op de camping? Ik zie altijd Angus Young van AC/DC voor me, of de afgezakte boxersbroeken van gangstarappers. Dat mannen graag hun gespierde kuiten (anders werkt het niet) laten zien; eindelijk eens wat anders. De horizontale broekband en een verticale spleet; dat bouwvakkersdecolleté kennen we nu wel.