franfotoblog

25 | 11 | 2020
48

Things still to come

Overeenkomsten, verschillen? Links een foto van José Pedro Cortes uit “Things here and things to come” (2011), rechts ‘The Daydream’ van Manuel Álvarez Bravo (1931). 

Links had nooit kunnen ontstaan in die dertiger jaren. Een afzijdige houding was ongewoon, het was nog steeds bijzonder als je op de foto kwam. Ook teveel bloot. Naaktfotografie was toen niet voor gewone mensen. Behalve in de huiselijke kring. Als fotograaf/galeriehouder Alfred Stieglitz zijn vriendin Georgia O’Keefe bloot fotografeert (20/30-er jaren) benadert hij haar als een marmeren beeld, in de traditie van de schilderkunst. Esthetisch, maar niet echt opwindend. Dat moest je er zelf bij verzinnen. 

Deze foto’s lijken gemaakt zonder voorkennis van het model. Daardoor zijn de houdingen naturel. We kijken naar deze vrouwen zonder dat ze zich daarvan bewust lijken. We worden gluurders. Altijd spannend. 

Bij Bravo staat het meisje er al een tijd, haar rechterbeen heeft zich ontspannen. Dit gaat nog wel even duren. De vrouw op links had eigenlijk eerst iets anders te doen, of probeert zo stiekem mogelijk over de rand te gluren. Ze maakt zich zo smal mogelijk, ik ben hier zogenaamd niet. Die intimiteit wordt verhoogd door de balustrade. Vanaf beneden valt er niet veel te zien. Dat is alleen voor de fotograaf en ons. Zelfs de overburen worden flink gedwarsboomd door gebladerte. 

Het is niet meer te achterhalen of het bij Bravo om veel meer ging dan een prachtig moment, dat zich voor zijn ogen afspeelde. Maar hij heeft ook veel foto’s gemaakt waarop mensen duidelijk poseren. 

Bij Cortes zie ik meerdere lagen. Een mengeling van terughoudendheid en nieuwsgierigheid. Bloot in stedelijke omgeving, privé tegenover openbaar, een zacht lichaam tussen het beton. Het is haar houding die de schijn van het toeval suggereert. Maar uit ander werk blijkt dat hij vaker dames voor een raam of borstwering zet. Alsof ze voor een laatste barriere staan. In 1931 konden ze daar nog alleen maar van dromen.

Fotografie José Pedro Cortes, Manuel Álvarez Bravo
15 | 11 | 2020
47

Dood vogeltje

Bladwijzer in: Duister Intermezzo, Peter Cheyney.
Bruna, Utrecht 1961 (Zwarte Beertjesreeks nr. 398)

21 | 11 | 2020
46

Doorkijken & Doorzien

Foto 1 lijkt opener dan foto 2. Ze hebben te maken met de zwervende blik. Ik zoek altijd houvast in een detail om daarna  door een afbeelding te dwalen, de eerste indruk nog nazoemend in m’n hoofd. Je hoopt daarbij op het end met dat detail als gids, een oplossing te hebben voor dit visuele reisje. 

Op links zet een ikoonachtige verbeelding van een vrouw de toon. Oké, dit gaat over kunst, geschiedenis, traditie en exotiek in een kale omgeving. Dat gevoel wordt voortgezet in het tweede affiche voor een Rodin tentoonstelling. Weer kunst etc., herhaling/bevestiging. Het derde doorkijkje wijkt af. Dit is anders, dit is de realiteit. Als een soort flipperbal schieten je ogen terug langs Maria, en de Denker naar iets vaags dat op bebouwing lijkt, een woonwijk of is het een stuk snelweg? Icoon + Rodin is woonwijk? 1+1=2 Maar 3 wil daar niets mee te maken hebben. Zeer onbevredigend. Kunst geeft niet altijd troost. Misschien wordt m’n speurtocht beloond als ik m’n blik recht omhoog richt? Nog een detail. Maar van wat? Een zonnescherm? Ander affiche? (Klik op de foto). 

De foto op rechts vind ik nog lastiger. Ook hier zwerft m’n oog door de foto, maar kan maar niet tot een conclusie komen. Staat ie niet op z’n kop? Alle details lijken even belangrijk. Een ware wildernis. Moeilijk te zien waar een spiegeling van al dat groen begint of eindigt. Alleen het hoge licht in het midden biedt een uitgang. Maar naar wat? Een prachtige, hopeloze foto.

12 | 11 | 2020
45

We Are Normal (und sind zufrieden) *

Zomaar. Alsof hier nooit iets gebeurd is. Het allemaal nooit heeft bestaan. Dat denk ik vaak als ik langs het American hotel, de Leidse Kade op rijd. Daar hebben ze ooit gestaan, de zes mannen van The Bonzo Dog Band. De hoesfoto van ‘The Best Of The Bonzo Dog Band’ bewijst het. 

Iedereen doet z’n best het vrolijk te houden: “we smiled our theatrical smiles”. In het midden zanger Vivian Stanshall en gitarist Neil Innes. Stanshall zwaait vol bravoure naar “hordes of fans”, of eigenlijk niemand, meer voor de foto. Beroemde mensen horen te zwaaien. Dat masker en de saxofoon van Rodney Slater staan voor ‘Theater en Muziek’. 

Waarom deze plek? Verbleven ze in het American? Het ‘Quentin’ Hotel voor artiesten, iets verder op de kade, paste toch meer in de lijn van hun belabberde status. Maar er zijn twee aanwijzingen die dat tegenspreken. Iedereen heeft een jasje aan. Dat van drummer ’Legs’ Larry Smith hangt losjes over z’n schouders, alsof hij even naar buiten is gekomen. Net als Dennis Cowan zit hij op een brommer. Dat doe je niet zo gauw als die voor een vreemd gebouw staan. Nu kunnen ze nog zeggen dat ze er logeren. 

Het mooiste detail is de fiets die op die treden ligt. Only in Amsterdam. Of de moeite die je hebt om Roger Ruskin Spear te vinden. De machinebouwer van ‘de Trouserpress’ lette even niet op. Eigenaardig dat deze foto de uiteindelijke keuze werd. Te weinig keus? 

De foto is gemaakt door fotostudio Nico van der Stam (MAI). Er staan bij hen opvallend veel popsterren op straat. Alsof het gewone mensen waren. Ze er zomaar even stonden. 

 * Uit: “We Are Normal” (Stanshall/Innes) - “The Doughnut in Granny’s Greenhouse” 1968.