franfotoblog

10 | 5 | 2026
596

Keith Haring, 20/03/1986

Een ontluisterend moment. Een assistent/galeriehouder komt de zaal van het Stedelijk binnen waar we Keith Haring interviewen. Hij legt enorme vellen vol tekeningen op de grond en haalt Haring uit ons gesprek. Blijkbaar kan het authoriseren/signeren niet wachten; er moet meteen geld verdiend worden nu het nog kan.

Toen ik zijn “Keith Haring Journals” (Penquin Classics 2010) zag, was ik meteen benieuwd of zijn bezoek aan Amsterdam er ook in voorkwam. Hoe hij dat zelf had ervaren. Zijn notities zijn meestal opgeschreven als hij moet wachten. Op ‘n vliegveld bijvoorbeeld, of aansluitend vervoer. Er is bijna geen bladzijde waar het woord “transport’ niet op te vinden is. Daardoor ontstaat de sfeer van jachtigheid en de verdenking niet goed weten waar je mee bezig bent; je wordt gewoon geleefd.

Over zijn verblijf in Amsterdam in 1986, is in dit boek niets te vinden. Alleen als er een overzicht van dat jaar wordt opgemaakt, staan onder “Solo Exhibitions” en “Special Projects”, het maken van een ‘Outdoor mural’ en een ’Children’s drawing workshop’ vermeld. En onder “Books & Catalogues” de uitgave van “Keith Haring: Paintings, Drawings and a Vellum”(Jeffrey Deitch, Stedelijk Museum).

Wel noteert hij op 7 juli in Montreux: “It has been such a long time since I last tried to write down anything about what has happened (is happening) in my life. It has been moving so quickly that the only record is airplane tickets and articles in magazines from the various trips and exhibitions. Someday I suppose these will constitute my biography.”

6 | 5 | 2026
595

Natte Nikon

Wat zou ik tien jaar geleden zo rond begin mei gefotografeerd hebben? Deze foto is gemaakt eind maart 2016. Ik was een nieuwe Nikon D-200 aan het uitproberen. Gekocht in Rotterdam van een man die ‘m te zwaar vond voor mee op vakantie.

Voor mij was dat juist een voordeel, ik heb graag iets stevigs in handen. Het moet tegen een stootje kunnen. Dit was m’n tweede digitale camera, een nieuw werkpaard. Aan het kijken op een scherm was ik wel gewend. Je kon meteen zien wat je had gemaakt. Geen filmtransport meer of ontwikkelen en contactjes maken. Aan de linkerkant is hier nog net een stukje van het opdraaiwiel van m’n analoge Leica te zien. Een nadeel van digitale camera’s is dat je ze niet kunt openen. Alleen de lens losdraaien vind ik niet voldoende, ik wil ook weten hoe het er van binnen uitziet. Je moet zo’n verkoper dan maar vertrouwen.

Maar toen ik dit op m’n scherm zag schrok ik toch even, al zag het er wel spannend uit. Zou een toestel dat in water had gelegen zo’n beeld laten zien? Alle elektronische circuits naar de vaantjes en ik kon dat niet controleren. De eerste reflex was het hele toestel dan maar af te schrijven. Daarna herinnerde ik me dat tussen de eerste opnames ook foto’s zaten van regendruppels op m’n raam.

3 | 5 | 2026
594

Teder

Met mijn camera kan ik ook foto’s maken zonder door de zoeker te kijken. Ik hoef me alleen maar bezig te houden met het richten van m’n lens, en de keuze tussen groothoek of tele. Belichting en scherpstelling bij dit licht berekent ie zelf.

Levert het ook een ander soort fotografie op? Bij mij gaat het om iets dat ik zie, me dan afvraag of het fotografisch iets oplevert, en als dat zo is, er een foto van te maken. Door de snelheid waarmee ik nu kan werken worden het steeds vluchtiger onderwerpen. Dat ze digitaal zijn en dus zonder een volledig analoog proces kunnen worden opgeslagen maakt het nog luchtiger. Je kunt nu veel schieten omdat je ook makkelijker kan weggooien. Het mag ook over bijna niks gaan.

Ik zit in de metro, naast een man en een vrouw, terwijl ze praten valt me op dat de vrouw hem voortdurend aanhaalt op een nauwelijks opvallende manier. Intimiteit in een openbare ruimte, iets persoonlijks dat bijna voor niemand zichtbaar is; altijd goed.

Ik voel me een voyeur, schend ik hun privacy niet? Maar door een licht telestand houd ik hun gezichten buiten beeld, het gaat me om dat detail, dat ik meer vermoed dan kan zien. Een vluchtige impressie van iets menselijks. Het gaat niet meer over deze twee mensen, maar over iets liefdevol aanraken.

En ik word beloond met iets prachtigs. Dat zo’n klein gebaar zoveel kan suggereren. Ik kan het tipje van m’n eigen middelvinger bijna op de huid achter dat oor voelen. Omdat zij naast hem zit kan ze niet zien wat ze doet. Zij kent dit plekje; haar hand vindt het blindelings.

29 | 4 | 2026
593

Klaas, Viktor & Rolf

Drukte voor de bloemenstal van Klaas. Ik tel zo’n twintig leden van een filmcrew. Het lijkt er op dat er zojuist een take gemaakt is, de camera wordt weer achteruit op de dolly-rails gereden en de belichters stellen hun schermen opnieuw op.

Het gevoel van avontuur en glamour hangt om ze heen. Gedragen zij zich ook zo, of maken wij als voorbijgangers dat er graag van? Aan hun kleding valt het niet te zien, zo lopen ze er op zaterdag ook bij in de Kalverstraat. Dat maakt het allemaal nog interessanter, ze lijken die nabijheid van eeuwige roem als iets doodnormaals te ervaren, très chique.

Dan valt me op dat er nergens een trailer te zien is waarin sterren zich tussen de takes even kunnen terugtrekken voor make-up of eventuele kostuumwisseling. Het is lastig om te zien wie hier de opnameleider is. Even leek de blondine met de rug naar ons toe die rol te hebben, maar ze draagt op haar linker heup een setje handige apparatuur­ en die Volendammer vissersbroek maakt haar niet mobiel. Je moet kijken naar iemand die schijnbaar niets om handen heeft en toch autoriteit uitstraalt. Die vrouw met sterren op haar jack en die bril op haar hoofd maakt wel die indruk. Of is zij toch de regisseuse?

Achter haar tekst en uitleg over al die ophef; de stal is even een Viktor & Rolf winkeltje geworden en er wordt een commercial gedraaid. Waarschijnlijk een spotje voor hun Flowerbomb-lijn. Een luchtje uit het laagste middenassortiment. De fles is een glazen handgranaat en kost rond de honderd euro voor 100 ml. In mijn geurenbijbel ‘Perfumes – The Guide’ schreef Tania Sanchez al: “Post – Angel (een snoepjesgeur van Thierry Mugler uit 1992) sweet–tooth fantasia that smells like a shop where you buy gummies by the pound. Someone will object, “But it’s rosy!” True.”