The JAM, Paradiso - 12 april 1981
Vandaag 45 jaar geleden. Wat herinner ik me nog van die dag? Niets, alleen de foto’s van het optreden van The JAM bewijzen dat ik die dag wat heb gedaan. Ik was wel wat gespannen voor dat optreden. Er waren al vijf lp’s uit en ik had ze nog nooit zien spelen.
Door foto’s in The New Musical Express wist ik hoe ze zich op de bühne bewogen en hoe ze met hun instrumenten omgingen. De drummer, Rick Buckler, had een enorme kit om zich heen. Bruce Foxton, de bassist, was zeer beweeglijk en Paul Weller stond altijd dicht in de buurt van z’n microfoon. Hij was het belangrijkst, schreef de meeste nummers en had een bijtende voordracht, een angry young man.
Het was een enorm gedrang voor het podium, ik kon er nauwelijks werken. Buckler zat verscholen achter z’n batterijen bekkens en drums en van Weller zag ik maar stukjes tussen een ventilator en drie vloermonitoren voor me. En ik keek teveel tegen hem op. Ik herinner me de worsteling om los van het podium te komen en me naar achteren te dringen.
Intuïtief ging ik daarna het rechter balkon op, het fotograferen was wel minder direct, maar nu kreeg je tenminste een overzicht. Ik hield Weller boven in beeld en wachtte op een beweging die het energieke van zijn performance liet zien. Dat kwam niet vaak voor, hij richtte zich voortdurend op de zaal, ik zag meestal z’n linkerkant. Omdat ze een trio waren, kon ik ze makkelijk binnen m’n kader te houden.
Dit is voor mij de beste foto die dat allemaal in zich heeft. Foxton’s bas geeft aan welke kant je op moet kijken, Weller is net geland na een sprong en kijkt hoe Buckler daar op reageert. Het trio als driehoek, altijd een sterke vormgeving en symbolisch voor energieke optredens.
Weteringschans, 24 maart 1945
De eerste dag vandaag waarop je zonder jas buiten kunt zitten. Als ik over het Weteringcircuit rij, zie ik toeristen en dagjesmensen genieten van het stralende weer.
Ze zitten op een plek waar 81 jaar geleden, 30 gevangenen uit de Weteringschans-gevangenis werden doodgeschoten als vergelding voor een aanslag op een SS-er. Waarom hier? Op de foto van Cas Oorthuys blijkt dit een aanlegplek voor grofvuilboten. Duitse subtiliteit. Later werd er, illegaal, een Nederlandse vlag gelegd.
Het beeld van een gevallen hoornblazer herinnert hieraan. En de foto die Cas Oorthuys maakte van dit eerbetoon. Iedere keer dat ik daar langs fiets zie ik die foto voor me. Omdat ik ‘m fantastisch vind. Het beeld is op zichzelf niet te verklaren, je moet er een tekst of uitleg bij hebben. Maar dat er hier in haast iets clandestiens gebeurt, is duidelijk.
De twee mannen komen anoniem over. Ze hebben zich bewogen tijdens de opname. Ik denk dat het opzet was. Alles moest ook snel, de man met de hoed maakt dat duidelijk. De vlag is gelegd, hij wil er nu meteen vandoor. Z’n maat, Gerben Wagenaar, lijkt geschrokken opzij te kijken. Lijkt, want natuurlijk zat Oorthuys in het complot. Zoiets kom je niet zomaar toevallig tegen. Het lijkt eerder alsof hij er zeker van wil zijn dat het er goed op staat.
Kenmerkend is de karigheid en de ruimte die er toen was. Passend bij de hongerwinter. De huizen aan de Stadhouderskade zien er uit als een decor en symboliseren het holle bestaan van die laatste oorlogsmaand. Alle ramen lijken dichtgetimmerd. En het licht is net als vandaag helder, zonder hard te worden.
Het liefst zou ik die mensen die er nu zitten, willen vertellen over wat er hier gebeurd is. Maar ik wil me ook inhouden op zo’n eerste mooie lentedag. Dan zo maar.
Feit of Fictie
Wat doet Henri Bontenbal daar op die bas? Hebben de anderen dan niks in de gaten? Waarom geen schaduwen onder hun voeten? ‘Live’ spelen zonder snoeren aan hun gitaren? En waar is de voet van Lennon’s microfoon gebleven?
Checken van A.I. afbeeldingen op de website: https://decopy.ai/ai-image-detector/