Boeken op het oorlogspad
Finterdun en afgescheurd, vol vlekken en vergeeld. Dit stukje papier maakt het gevoel van schaarste in het verkrijgen van boeken in een oorlog meteen reëel. “This edition of an American book is made available in various countries only until normal free publishing, interrupted by Axis agression, can be reestablished”.
Zo’n tekst leest als een berisping, een onbekende overheid beslist wel wat het beste voor ons is. Of neemt het morele standpunt in dat zij geen deel wil hebben aan wat er zich op het wereldtoneel afspeelt. Omdat de rest van het boek ontbreekt krijgt dit overblijfsel opeens een spookachtige rol. Zat het nou vast aan een echt boekblok? Of was het een voorproefje van een latere uitgave? Het is de cover van een nooduitgave, zoals noodmaatregelen, noodgeld of noodwoningen ook in zware tijden opduiken.
De titel van Hemingway’s boek past daar wel bij: “Voor wie het uur geslagen heeft”. Het plaatje van Miss Liberty maakt het af, nog nooit heeft ze die functie van een licht in de duisternis, zo stevig vertolkt als toen.
“Overseas Editions, inc” staat er onder; dit boek was voor soldaten in het buitenland. Lichtgewicht in je ransel. En tot de bevrijding zou er van een normale kleurige cover geen sprake zijn. Geen feest, geen plezier, geen verleiding of glamour in het ontwerp. Het eenvoudige uiterlijk doet denken aan de sobere typografie van Franse boeken in de vijftiger jaren.
Catawiki: “Overseas Editions were an early publishing venture of the Council on Books in Wartime, a non profit American group made up of publishers, librarians, and booksellers. Its target was as much European civilians as it was Allied soldiers. Each paperbound Overseas Editions was printed in the same format, with a plain cover; they were smaller and lighter than most hardbound books.”
Volgens de Universiteit van Virginia waar men bijna alle boekjes heeft bewaard die zo zijn uitgegegeven, komt deze editie uit 1942. Tachtig jaar, en nog steeds actueel.
Menton
Was even weg. Een oud Kodak negatievenzakje bracht me naar Menton, en ineens reed ik over de Promenade du Soleil, richting San Remo. Langs het Musée Jean Cocteau! Het was wel even wringen langs die Streetviewwagen, maar ik had haast.
Soms heb ik de neiging om plaatsnamen een eigen cultuur toe te kennen. Als ik ‘Breda’ hoor krijg ik een ander gevoel als bij ‘Tiburg’. Er zit een aparte map in m’n hoofd voor Franse badplaatsen. Niet te verwarren met ouderwetse bad- en kuuroorden, zoals Locarno of Monte Carlo. Dat hoort in het submapje: ‘Vakanties van Opa en Oma’.
Het is ontstaan bij het logeren bij m’n grootouders. Eigenlijk verveelde ik me in een luxe omgeving en ging dus maar op ontdekking uit. In een afgeschoten ruimte op de vliering stonden hun koffers, beplakt met hotellabels uit verre landen. De plaatjes maakten het verlangen naar verre, onbekende oorden bijna ondraaglijk in die nauwe ruimte. Hoe zou het zijn om daar gemasseerd te worden voordat je aan het souper ging? Want geld zat! Morgen een rondvaart op het meer met een uitgebreide lunch. Je zou willen dat je mee had gekund. Als je die koffers openmaakte waren ze alleen maar leeg en roken naar mottenballen.
Tot ik in een voering een Kodakmapje tegen kwam dat afgestempeld was door de firma Chenier op de Promenade George V in Menton. Helaas, ook leeg. Koninklijke badplaats en kuuroord van Koningin Elizabeth, Keizerin van Oostenrijk en Queen Victoria. Als die het goed genoeg vonden, was het voor mijn opa een uitgemaakte zaak. Kennelijk hadden ze daar toen ook gelogeerd en foto’s bij de plaatselijke fotowinkel laten ontwikkelen.
Zou er nog iets over zijn van die grandeur? Daar kom je het snelste achter door een tripje met Google te maken. Drukke volgebouwde boulevards, veel verkeer op de benauwde promenades langs de zee. Costa Brava op z’n Frans. Wegwezen hier, al is het maar virtueel! Hoe zou het theatergebouw van het songfestival in San Remo er uit zien?
Met dank aan GoogleDevotie
Als je geluk hebt kom je in tweederonde winkels in houten bakken vol met glassplinters, nog wel eens een oud lijstje tegen met de oorspronkelijke inhoud. Overblijfselen van interieurs waar de schone schijn tot vroomheid jarenlang heeft standgehouden. Ik herinner me die duistere hoekjes uit de vijftiger jaren.
Want indruk maakte het wel, al die zogenaamde rechtschapenheid, al die goede voornemens. Het mooist waren de schilderijtjes in zwart wit. Strenger kon het niet, er was schijnbaar toch echt nog wel wat meer op deze aarde van belang dan kleur of plezier. De zwakte bij zoveel eeuwigheid, vond ik altijd dat alles zo menselijk was, zo voor de hand liggend. Het ging het schijnbaar niet over details.
Een dik opengeslagen boek op een standaard voor eeuwig brandend kaarslicht maande je aan om dagelijks iets uit de bijbel te lezen. Hetzelfde motief dat je nu in lijstjes met een vergulde, opengeslagen Koran tegenkomt. Gisteren vond ik weer zo’n ouderwets voorbeeld. Een detail uit Han van Meegeren’s “Emmausgangers” uit 1937.
Het volledige schilderij hing bij mijn opa boven de eettafel. Tijdens het ontbijt keek ik zo schuin omhoog op tegen anderen, die ook zaten te eten. Drie mannen en een vrouw. Waarom mocht zij niet aan tafel mee eten? Zou het door mijn oom Piet Pijn, de schilder in onze familie, naar Van Meegeren zijn gekopieerd? Ik snapte niet dat ze zulke rare, dikke en grofgestikte kleren droegen. Of al strijkijzers hadden, als je naar dat tafelkleed keek. Was dat niet te huiselijk, te Hollands? En waarom dan geen vorken of messen? Die borden en wijnglazen zagen er toch prachtig uit, daar had best nog wel een couvertje vanaf gekund. En het raarste, waarom had iedereen dezelfde lodderogen?
Later begreep ik dat ik al die tijd naar een van de grootste vervalsingen uit de schilderkunst heb gekeken. Mijn opa was een keurige katholieke accountant. Dat hij onder het mom van veel devotie, een kopie van een vervalsing waardeerde, wil er bij mij niet in. Waarschijnlijk vond hij het gewoon een mooi schilderij.
Op tafel
In nummer 8 van de onvolprezen serie ‘Useful Photography’, gaat het over de beelden die gebruikt worden om sexfilms in te leiden. Zo op het eerste gezicht anonieme interieurs en situaties, die je in het ongewisse laten. Het zijn decors waarin je nooit zou kunnen leven. Je bent meteen gewaarschuwd.
Opvallend is de afwezigheid van iets bijzonders in beeld. Niets om je af te leiden, overal onzijdigheid om de activiteiten die gaan volgen, beter te laten exploderen. Een klaslokaal, een sofa, een pizzabesteller aan de deur of een auto met pech, dit had jou ook kunnen overkomen. In een mum van tijd heeft iedereen zich van bijna alle kleding ontdaan, alsof er geen houden meer aan is. Wat wel aan blijft, bedekt geen vitale delen en moet de haast symboliseren waaronder al deze passie schuilgaat. Alsof je je sokken aanhoudt als je langs de branding loopt.
Een man in habijt zit aan tafel en lijkt te ontbijten. Er ligt een bijbeltje klaar, hij hoeft zich niet te vervelen. Op zijn bord twee halve kadetjes met salami, schijfjes komkommmer en wat tomatenplakjes, een broodmandje ontbreekt; dit is ergens anders klaargemaakt. Links van hem ligt er bestek op een servet en aan een kop en schotel is ook gedacht. Nergens een thee- of koffiepot. Zelf inschenken is er niet bij. Freudiaans?
De jonge zuster die hem bedient, bekent dat ze in deze kamer geen reine gedachten heeft. Ik kan me dat meteen voorstellen, wat een saaie voorspelbaarheid. Onkreukbaar, onpersoonlijk, zonder geur of geschiedenis, kortom verstikkend. Zelfs de druipkaars heeft het opgegeven. Gesloten jaloeziëen en vitrage versterken dat gevoel. Je kunt je voorstellen dat een beetje frisse lucht hier al veel uitkomst zou bieden.
Wanneer ze bijna dreigt flauw te vallen blijkt de geestelijke over de medische kennis te beschikken voor een mond op mond beademing. Als bij een wonder trekt ze weer wat bij. Na wat verder onderzoek kan hij dan rustig verder eten. En het medeschuldig interieur valt natuurlijk niets te verwijten.