franfotoblog

7 | 12 | 2022
249

Tintin

Wim Noordhoek heeft ooit gezegd: “Er komt geen eind aan Kuifje”. Wat valt daar nog aan toe te voegen? Voor na-oorlogse jongens, zoals ik, een fantastische ervaring om aan de volwassen werkelijkheid te wennen. Je zou zomaar zelf Kuifje kunnen zijn.

Tot in het midden van de zeventiger jaren dit soort jongens hun nagetekende Kuifjes zelf gingen uitgeven. Ze lieten hun held nu alles overkomen dat door God en Vaderland verboden was. Het gevoel om van de keurige kanten van Kuifje verlost te zijn, moet een opluchting zijn geweest.

Na de dood van Hergé werd duidelijk dat er verder geen nieuwe Kuifjes meer op de markt zouden verschijnen. De handel heeft zich verplaatst naar driedimensionale beeldjes van de personages uit de albums. Ook een vorm van verering.

In de Jan van Galenstraat vond ik een variant. In de traditie van de Afrikaanse kunst om van alles te maken uit oud blik, had iemand een replica van de albumcover van ‘Kuifje en het geheim van de Eenhoorn’ gemaakt. Om sleutels aan kunnen hangen of theedoeken.

Je kunt er aan zien wat de basisideeën voor die cover zijn geweest: een razende Haddock met hoed en verendos en geheven sabel. Kuifje schrikt ervan en Bobbie zet het op een lopen. Een lege fles verklaart al deze onrust. Het schilderij aan de muur is van een voorvader van Haddock. Hij draagt dezelfde hoed met pluimen. In het midden een ronde afbeelding, alsof je door een verrekijker kijkt, van een zeventiende-eeuws zeilschip: De Eenhoorn.

In deze versie vaart De Eenhoorn van rechts naar links en heeft Kuifje nu z’n latere blauwe trui aan i.p.v. z’n witte overhemd met blauwe stropdas. En z’n hoofd heeft iets ajuinerigs. Komt vast van de tegenvorm waar dit metaal overheen geklopt is.

De achterkant is gemaakt uit de mantel van een blik Diluente nitro 416, een verfverdunner.Thinner. De samenhang van -tin- met de Franse naam voor onze stripheld blijft me achtervolgen.

4 | 12 | 2022
248

Open deurtje

Achterkant klaphoes tweede LP van Traffic uit 1968. Dit huisje vergrootte m’n interesse voor de vormgeving van muziek. Dat je er zelf bij betrokken kon zijn. Ik zat toen op de Grafische school, afdeling typografie esthetisch, en volgde de popmuziek. Daar gebeurde het, daar moest je bij zijn.

‘Traffic’ stond voor ‘Engels’, klein maar dapper, uniek, soul / jazz-achtig en Stevie Winwood. Naast het soulachtige karakter van zijn stem kon hij ook jongensachtig klinken, waardoor zijn liedjes flink van elkaar verschillen. De kern van Traffic was een samenwerking van vier muzikanten, waarvan Winwood, Capaldi en Mason het repertoire schreven. Capaldi deed ook de vormgeving van deze plaat.

Na de explosie van de grote stads-muziek ontstond een alternatief: het rustige platteland. Terug naar de wortels. In gang gezet door de Amerikaanse hippiecultuur, waar het beginnen van communes al veel langer bestond. Landverhuizers in de prairie: Go West, Young Man. Op de eerste twee Traffic LP’s wordt dat ook in de fotografie benadrukt. De groep staat midden op akkers, knabbelt op een korenaar, zit voor de open haard of poseert in de deuropening van een boerderijtje. De derde LP ‘John Barleycorn Must Die’ had een ouderwets aandoende gravure van een gerstschoof als voorkant.

Dit ‘terug naar het platteland’ idee werd in Nederland ook uitgedragen door de groep CCC. Incorparated, of de hoesfoto voor ‘Groeten uit Grolloo’ (1967) van Cuby & the Blizzards. Nadat The Beatles hun eigen weg gingen, vertrok Paul McCartney in 1970 naar een boerderij in Schotland. Op de cover van zijn tweede solo LP laat hij ons zien hoe je een ram vasthoudt.

Als logo voor Traffic had Capaldi het symbool van vier in elkaar vervlochten pijlen ontworpen. Een voor allen, allen voor een. Dat dit voor de marketing ook goed uitkwam, daar dacht ik liever niet aan. Ik vond toen de reclame-achtige vormgeving van The Doors letters op hun albums al teveel een teken van de invloed van hun platenmaatschappij. Te veel commercie. Dit huisje was dan wel wat tuttiger en van de belettering klopte helemaal niets, maar had tenminste een open deur. De wijde wereld in, alles was mogelijk.

30 | 11 | 2022
247

Under Cover

Iedereen kijkt of ziet iets anders, ook al is het onderwerp hetzelfde. Je kijken wordt bepaald door ervaring, voorkeur, karakter of afkomst. Een belangrijke tentoonstelling voor mij was: “Hée…Zie je dat?”, van Ed van der Elsken in september 1966. De bezoeker moest zich net zo verwonderen over het geziene als de fotograaf.

Maar hoe gaf hij door wat hij gezien had? Hoe maakte hij dat wij even net zo wilden kijken als hij? Wat voor onderwerpen vindt iedereen interressant? Hoe veraf ging hij staan of hoe dichtbij? Moest je wat je belangrijk vond in het midden zetten? Of kon je het ergens verstoppen in je foto? Wanneer was het alledaagse bijzonder?

Ik keek uit m’n rechterzijraam en zag dit. Een soort maankarretje dat schuin geparkeerd stond met een wegwerkersjasje over de rugleuning. De bestuurder had schijnbaar overal maling aan en was in de haast verdwenen. Wie doet me wat? Die onverschilligheid werd geaccentueerd door dat lege semi-overheidsjasje. Zoals een dokter fout mag parkeren als hij het bordje “op visite” maar achter z’n voorruit zet. De ‘nood breekt wet’ regel.

Hoe breng je zoiets toch terloops in beeld? Met scherpte en onscherpte kan je al een hoop sturen. Maar ik wilde hier een objectief beeld waarbij mijn keuze niet voorop stond. Een ander, lager, standpunt zou alles meer gelijk schakelen doordat er minder ruimte tussen de voertuigen zou zitten. Dat jasje valt van zichzelf al genoeg op.

Het verhaal vertelde zichzelf dan wel. Hoe een jongen, die kramen heen en weer reed van de opslag naar de markt, even bij z’n jarige broer op bezoek ging met een fles jenever, dat snapt iedereen.

27 | 11 | 2022
246

Souvenir

Het gevoel naar een medaillon te kijken, zo’n fotootje dat je in een hartje om je nek draagt en af en toe open kunt klappen. Dan weer of het normaal is om een brandende sigaret in een gezicht uit te uitdrukken. 

Het verschil tussen fantasie en praktijk is hard. Van het Gran Palace is niets meer over. Mary M. uit Liverpool mailde: “We used to go to Lloret de Mar, quite a bit in the 80’s, had some great times there. I have been looking for the Gran Palace online but can not find it. It was a cabaret/flamenco nightclub on the outskirts on Lloret. Maybe it changed its name. Can anyone help? Love to know if its still there.”

Een antwoord was: “No sorry the Gran Palace closed down many years ago, although the premises are still there they are no longer used for anything, which is a shame!” 

Voor mij is ‘Gran Palace’ een afkorting voor “Granny’s Palace”. Iedere bezoekster werd door de huisfotograaf vereeuwigd. Zo te zien een professional. De flits kwam van links zodat je haar gezicht goed kan zien. Geen reflecties op haar brillenglas. Zacht ingesteld, precies voldoende voor een echte huidtint. Ook genoeg om haar alleen te laten zien. En net voldoende schouderbandjes, geen schijn van bloot. Een herinnering voor haar en verdere reclame voor het ‘Palace’. 

Dit moet een lucratief bijproduct geweest zijn. Een glazen asbak die precies past in een plastic asbakvorm, waar je de op maat gestanste foto inlegt. Het deed me denken aan rondvaartfotografie. Op het moment dat je aan boord ging werd er een foto van je gemaakt, die tijdens de tocht razendsnel werd ontwikkeld en afgedrukt. Na de rondvaart hingen alle foto’s aan een bord op de steiger. 

20 à 30 Foto’s waar steeds hetzelfde op te zien was, het historische moment dat mensen een boot instapten, niet wetende wat ze te wachten stond. Ik werd altijd hebberig van wat bleef hangen. Bij dit souvenir zie ik een tafel vol asbakken met verschillende inlays. Alles wat niet verkocht werd of afgehaald werd later opnieuw aangeboden. Alleen de inhoud verschilde.