franfotoblog

9 | 11 | 2022
241

Goor

Op mijn slaapkamerdeur heb ik een stukje papier geplakt uit de titel van een boekrecensie: “het gore lef”. Sappige en stevige taal, zonder consequenties. Blaffende honden etc.; iedere ochtend weer een inspiratie. 

Het gaat om de balans tussen het aanvaardbare en het groffe. Wanneer is onbeschoftheid nog te tolereren. Blaaskaken als Theo van Gogh en Hans Teeuwen waren ooit bakens in zee. De makers van het affiche voor de “Poverty Peep Show” lijken alles overnieuw te willen doen. 

Of is er een nieuw tijdperk voor ranzige humor aangebroken? Uitgangspunt blijft hoe je zo’n boodschap zonder afkeer goed over laat komen. De ‘Poverty Peep Show’ affiche laat niets te raden over. Je zou dat ook ‘eerlijk’ kunnen noemen, want recht voor z’n raap is ook een onderdeel van de grofheid. 

Maar het heeft ook een afstotend effect. Hoe ver kan je gaan om indringend te zijn en niet opdringerig te worden? Je de verbeelding ook wat ruimte laat? Ik denk dat daar de nuance voor nodig is. Suggesties werken beter. Maak de kijker medeplichtig. Die wordt daardoor medeverantwoordelijk. Wat je denkt als je iets smerigs te zien krijgt, is jouw eigen schuld. Jij hebt een ‘dirty mind’, de viezerik zit in jezelf. 

De goorste affiche die Anton Beeke ooit maakte, was voor de voorstelling van “Troilus en Cressida”, uit 1980. “Hij snoerde de kont van een model in met leren riemen. De billen werden wit gepoederd en ze kreeg een staart. Het achterwerk en de vagina waren weerloos naar de kijker gekeerd” (- Bob Witman, “Dutch Posters 1997-2017”). 

Ik heb bewondering voor het precieze scheurwerk op het rechterexemplaar. Het hing vlakbij het Concertgebouw, waar veel fatsoenlijke mensen wonen en ‘poverty’ niet het eerste is waar je aan denkt. Misschien dat iemand dat zo wilde houden en zich hier eigenlijk voor schaamde. Door die censuur zou ik nog nieuwsgieriger worden.

6 | 11 | 2022
240

Fonofotografie 24

Norman Seeff  1939 - heden
Barry White, Stone Gon’ 1973

2 | 11 | 2022
239

Met Joke op Tenerife

Promofoto’s worden niet gemaakt om de inhoud, maar het uiterlijk. Het gaat niet over mensen, maar over produkten. Niets wordt persoonlijk, ook de eigen stijl van een fotograaf wordt het liefst vermeden. Hoe neutraler, hoe groter het bereik, hoe meer glamour. “Joke Bruys & Formatie Terrific” mochten ook even aanschuiven achter dit stilleven van hun eigen muziekinstrumenten. Eindelijk beroemd. 

Op de onderste foto is extra licht gezet, om iedereen los te krijgen van de donkere achtergrond en de avondkleding van beide zangers goed uit te laten komen. Dit is de serieuze versie, iedereen kijkt naar links alsof daar Het Licht en Zaligheid vandaan gaan komen. De camera is iets naar boven gedraaid. We kijken tegen ze op. 

Op de andere foto, de wat wereldser versie, wordt plichtmatig geglimlacht, hangen de stropdassen op half elf en zijn de mouwen opgestroopt. Rotterdammers? Het meest ontroerende vind ik de stootrand onderaan de branding; ook een azuurblauwe zee kent z’n beperkingen. 

Ik kijk ook graag naar de kleine zanger. In smoking doet hij zijn beste Mel Gibson imitatie, en kijkt dapper de dood recht in de ogen. Maar in zijn rode vest lijkt hij, tegen zijn zin in, opeens iemand te herkennen. Die splitseconde waarin je even je ware gevoelens laat zien. Had hij niet gisteren de Maffia dat zwijggeld al moeten betalen? 

Ieder gedraagt zich zoals de fotograaf dat in z’n hoofd heeft. De drummer krijgt precies aangegeven hoe hoog hij z’n drumstokken moet houden. Dat de gitarist op het neefje van Bach lijkt, wordt maximaal uitgebuit, hij staat steeds centraal. Zelfs Joke die toch een diepe inkijk in heur decolleté toestaat, moet hiervoor wijken. Gelukkig hebben ze allemaal een andere opvatting hoe je een vlinderdasje strikt. Hoe zouden ze geklonken hebben? Cocktails of diner-dansants, dit orkest kon alles aan, getuige hun outfit.

30 | 10 | 2022
238

Corrida

Plastic doosje zonneschijn in ‘de Locatie’ voor 2 euro; dia’s over stierengevechten in Estapona. “Costa del Sol op15 juni 1996”, volgens de stickers. Daartussen moeten ook foto’s van El Cordobes hebben gezeten, het enfant terrible van de toreadors in de zestiger jaren. Misschien ergens anders opgeslagen. Dit zijn er 16, ik kan me niet voorstellen dat je naar zo’n spektakel gaat en er maar een half rolletje aan besteedt. Dit moeten de restjes zijn. 

Want echt weggooien doe je zoiets natuurlijk niet. Teveel nog levend verleden, nog steeds iets bijzonders, het bewijs van iemands passie; ik kan er niet vanaf kan blijven. Ik ben nog nooit naar zo’n gevecht geweest, geef mij maar de kaasmarkt. Maar hoe fotografeer je zoiets? 

Het valt meteen op hoe weinig ruimte deze fotograaf nam of kreeg. Vanaf je zitplaats steeds weer hetzelfde uitzicht. Je kunt proberen de corrida wat buiten beeld houden met een telelens, zoals bij deze dia van Cristina Sanchez. Alleen maar zand om haar heen. Maar de onscherpe schouder in de rechterbenedenhoek van een van de toreadors achter de veilige schutting, maakt haar niet los van de omgeving. Misschien had de fotograaf even moeten gaan staan? 

Opvallend dat op deze foto's nergens bloed te zien is, het blijft bij uitdagen en prikkelen. Net als in de porno gaat het in principe om het hoogtepunt van de prestatie op deze foto’s. Wat er daarna gebeurt is niet interressant. Geen dode dieren in beeld a.u.b. Wij zijn nou eenmaal superieur aan andere schepsels, wij maken niks vuil. Maar verlagen ons wel tot een gedrag dat een dier, behalve bij de kat en de muis dan, zelf niet gebruikt. 

Eigenlijk is aan haar prachtige tenue al te zien wat voor kermis zo’n stierengevecht eigenlijk is. Het doet me altijd denken aan de ‘Hollywood Cowboys’, mannen met joyeuse hoeden en zijden overhemden waarin je echt geen dagen in het zadel zou kunnen zitten. Cristina’s schitterende verpakking verbergt het gruwelijke van dit ritueel.