franfotoblog

11 | 7 | 2021
104

Universeel

"Imitation is the sincerest form of flattery that mediocrity can pay to greatness" – Oscar Wilde. 

In een documentaire zag ik David Hockney een reeks etsen maken en realiseerde me hoe lastig het is om de invloed van voorgangers te vermijden. Hij noemde die reeks "The Blue Guitar". In de ondertitel: "Etchings By David Hochney Who Was Inspired By Wallace Stevens Who Was Inspired By Pablo Picasso". Maar je kon Rembrandt er ook nog in terug zien. We staan op de schouders van reuzen. 

Ik heb ooit m’n vriendin gefotografeerd op de manier waarop Anton Corbijn dat toen deed. Daarna met die kennis verder gegaan. Een van de redenen wat Corbijn groot maakt, vind ik, is dat hij zijn schatplichtigheid t.o.v. anderen ook gewoon liet zien. Lichteffecten à la William Klein, een foto van een jonge zangeres in de sfeer van een portret van Louise Brooks, de vervorming van David Alan-Tu; hij onderzocht alles. 

De foto van Eva Besnyö uit 1931 van een zigeunerjongetje met een cello op z’n rug laat  niets te raden over; het is geen technisch hoogstandje, gaat niet over een schokkende gebeurtenis en klaagt niet aan. Het heeft de onschuld van een amateurfoto. Je herkent jezelf er in. De symboliek van iets te groots op je schouders nemen, een lange weg te gaan, graag gauw volwassen willen zijn of het muzikale wonderkind onderweg, bijna iedereen kan zich hier zelf in herkennen. Of het nou in een film is die over een vioolbouwer gaat of als nagetekende versie uiteindelijk in een uitdragerij belandt.

1 | 7 | 2021
102

Aux Armes

Een vondst uit Winterswijk, in een kringloopwinkel. 9,5 x 14 cm. Ingekleurde zwart/wit foto. Stempel achterkant: “Juinies Photographe Marmande”. Rest onleesbaar. Meteen gekocht. Je hebt een raadsel in handen dat 100 jaar oud is. 

Het spannende van vervaagde teksten en die afbeeldingen onderin. Heeft deze soldaat de oorlog overleefd? Of niet? Holle teksten als ‘Honneur’, ‘Patrie’ en ‘Infanterie’ (bijna onleesbaar) passen overal wel bij. Het cijfer ‘20’ is misschien een aanwijzing. Om een jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog nog een portret te laten maken van jezelf in uniform heeft iets van ‘we zijn er nog’. Maar waarom ontbreekt ’19’ dan? 

Rechtsonder staat “A O Modele Repose”. Dit afdrukmodel is beschermd. De portretfoto is afgedrukt in een ovale kader van lauwertakken. De voet van de zuil waar deze légionnair op leunt was iets te groot en is er gedeeltelijk doorheen gedrukt. De hele linkerkant is tegengehouden. Door die vervaging ontstaat er ook een band met de sterfelijkheid. Alsof hij eigenlijk een geest is. Hoog verheven boven de dagelijkse schermutselingen. Gulliver in Lilliput. 

Om het beeld realistischer te maken zijn er details ingeschilderd. Epauletten, broek en knopen. De regimentsnummers en de blauwe halsdoek. De slordigheid suggereert massaproductie. Onderin soldaten in een landschap. De rood beschilderde broeken komen overeen met die van de hoofdpersoon. Opvallend hoe kleurrijk uniformen toen konden zijn. Camouflage was oneervol. Frankrijk hoefde zich niet te verstoppen. Het voorbeschilderde kader moet de herinnering aan gevechten en de broederschap tussen strijdmakkers oproepen. Heb ik gelukkig niet meegemaakt. Dit is een held.

27 | 6 | 2021
101

Uitzicht

Er zijn van die momenten die je wat langer vast wil houden. Fotograferen is dan niet voldoende, filmen is beter, omdat er geluid bij zit. Op het moment dat ik deze foto maakte had ik zachtjes de radio aan staan. 

De foto moest gaan over ons Nederlandse, wat stijve, aangepaste landschap. Hoe het rust en regelmaat uitstraalt. Waarom er twee ‘exotische’ nepplanten (Bromelia’s) van stof in een vensterbank voor het raam moeten staan. Hier is alles stil en in evenwicht. In de verte sappige, grazige weiden. Maar de koeien houden we liever op stal. Groene leegte. Alles onder controle. Niemand springt hier uit de band. 

Opeens zet iemand op de radio een plaatje van Louis Jordan op. Uit 1946. Ik krijg vleugels en word uit m’n tennisschoenen gezogen. De rust van zeurende trapharmoniums en psalmen wordt open gescheurd door een gillende tenorsax en een snoeiharde, bonkende ritmesectie. Rust maakt plaats voor herrie, alle stijfheid verandert in swing. Je hoort het begin van rapritmes en streamlined treinen over eindeloze rails stomen. Het gaat over werkloze soldaten terug uit de oorlog. 

Louis zit in die trein: 
"Take me right back to the track, Jack
You reach your destination and alas and alack
You need some compensation to get back in the black
You take a morning paper from the top of the stack
And read the situation from the front to the back
The only job that's open needs a man with a knack
Put me right back in the rack, Jack
Choo choo, choo choo ch'boogie
Whoo whoo, whoo whoo ch'boogie
Take me right back to the track, Jack."

Ik keek weer naar buiten, er was niets veranderd.