Johan over Eddy
Bijgaande foto werd gemaakt in Mopti, Mali, in 1971. Twee jongetjes pakken elkaar vast en met dat gebaar houden ze een man die een kar met gedroogde vis trekt, een groep oude mannen die zitten te relaxen tegen een muur met wat bossage eroverheen, een man op een brommer, vrouwen met manden op hun hoofd, mannen in lange jurken (een zwarte en een witte), een voetganger in tegenovergestelde richting (ook met bepakking op het hoofd), enkele fietsen. een paal met electriciteitsdraden en straatverlichting en een moskee in een precair evenwicht. Een meesterlijke compositie, waarin de acteurs zich op verschillende plans in de ruimte bewegen en het gevoel van diepte versterkt wordt door de atmosferische wazigheid die verderop ontstaat. Terwijl het moment in de fotografie vaak slecht begrepen en overschat wordt, is dit een zeer wezenlijk moment, waarin de wereld op de toppen van zijn kunnen wordt verduurzaamd.
Als filmer zou je het anders doen. Je zou blijven filmen tot de brommer in de verte verdwenen was, de kar met de vis de electriciteitspaal was gepasseerd, de dames met de manden links het beeld uitgelopen waren en de jongetjes de camera in de gaten gekregen hadden en komische gezichten waren gaan trekken. Alleen de oude mannen zouden het rustig blijven bekijken. Als filmer zou je dan zachtjes-aan wat dichter naar die oude mannen toelopen, je zou proberen rustig voor ze neer te hurken en via de camera contact te maken met hun fantastische gezichten. Je zou, om het wat algemener te stellen, steeds wachten totdat het moment bijna gestorven was, om naar het volgend moment toe te kunnen werken. Je zou het moment aangrijpen als mogelijkheid om in de tijd te komen en te blijven. In de foto gebeurt dat niet zo lichamelijk: hier ligt de tijd voor je klaar en wanneer jij het wenst zet alles zich weer in beweging. Wat is een foto? Een stuk papier dat de fantasie levend houdt.
Uit: Zien Kijken Filmen, van Gennep, Amsterdam 1980
Eddy Posthuma de Boer
1931 - 2021
Ik heb maar twee keer met Eddy gesproken. Over het fotograferen bij jazzconcerten. Bij het uitkomen van de heruitgave van “JAZZ” van Ed van der Elsken mocht ik een stuk schrijven voor Vrij Nederland. Jaren later over zijn foto’s van Gerry Mulligan op de omslag van een cd die in het Concertgebouw was opgenomen.
Van der Elsken had hem in 1958 in Blokker gefotografeerd toen Benny Goodman voorbij kwam. Eddy zit gedraaid op de achterbank van zijn Fiat 500 Cabriolet. Rechterarm losjes over de dakrand, onder de ruitenwisser een nietsontziend bord: ‘Pers’ / ‘Press’. Opzij! Eddy glimlacht omdat The King of Swing er nu eindelijk is, hij al had wat hij wilde hebben. Of dat hij het trucje van Van der Elsken wel doorhad.
Misschien wilde Van der Elsken ook laten zien dat Eddy niet eindeloos doorging als hij eenmaal wat had. Hij was een fotograaf die snel kon werken en zich voor de rest bescheiden opstelde. Daardoor vond ik het vroeger lastig om zijn werk te waarderen. Ik vond hem niet vernieuwend zoals Van der Elsken of Johan van der Keuken, als het over die generatie gaat. Maar hoe ouder ik werd, hoe minder behoefte aan het kijken naar het beeld van de foto. Ik vind het nu interessanter om te raden hoe een fotograaf dacht. Iedere fotograaf, niet alleen de hoogvliegers.
Je kan dat ook lezen in zijn teksten; aan alles merk je het plezier om zich in woord en beeld te uiten. Bij het maken van een portret, zag je aan de ruimte om iemand heen wie Eddy zelf was. Net genoeg om niet te imponeren en genoeg informatie om zo van iemand geen trofee te maken. Iedereen glimlacht, ik ook.
Valerie Wilmer
Niet makkelijk om iets representatiefs te kiezen uit het werk van één van je heldinnen. Valerie Wilmer is een van de eerste die zich bijna alleen maar met het fotograferen van zwarte muziek bezighield. Ze heeft er ook veel over geschreven.
In haar autobiografie “mama said there’d be days like this” (The Women’s Press 1989), staat de eerste foto die ze met de Brownie van haar moeder maakte: “First box Brownie musician portrait, 1956” van Louis Armstrong. Ze was toen 14. Het is een portret van een fan, Louis moet er wel om lachen. Maar ze zorgt dat hij voor een mooi wit vlak staat en ze heeft ook nog haar broer in het kader die wegloopt met een echte handtekening.
Als ze later freelance voor muziektijdschriften en kranten gaat werken, krijgt ze te maken met de mannetjesputters die zo’n meisje niet tolereren. Ellebogenwerk. Maar ze heeft een geheim wapen. Ze nodigt veel van de muzikanten bij haar moeder thuis uit. Charles Mingus komt zelf koken en koopt voor iedereen een hele kip; ongehoord in die tijd. Die autobiografie is een goudmijn over de jazz- en blues scene in Londen in de late jaren vijftig en begin zestiger jaren.
Later zal ze uitgebreide reportages over Amerikaanse, Afrikaanse en West-Indische muzikanten maken. Ook richt ze samen met Maggie Murray in 1983 het eerste Britse fotoagentschap voor vrouwen op: Format.
Haar foto’s zijn nooit glamourachtig, eerder intiem. Dat zie je zelden. Het is alsof ze bij de muzikanten in huis woont, iedereen komt relaxed over. Het lijkt wel of ze eigenlijk meer over de muziek en de artiesten zelf wil weten, en er dan ook nog wat foto’s van maakt. Dichterbij kun je niet komen.