franfotoblog

18 | 8 | 2021
116

Lunchpauze

Je zou zeggen, gewoon een meisje dat een flesje Cola drinkt terwijl ze tegen een boom leunt. Over een half jaar(?) zou dat misschien de waarheid zijn. Nu niet. Je kunt er de lamlendigheid van dit Coronatijdperk in terugzien. Wachten, wachten en wachten. 

Maar heb ik dat wel goed gezien? Zitten de beelden van de dertiger jaren, niet in de weg? Gebruik ik geen beeldtaal uit een andere tijd? Misère en openbare dronkenschap? En helemaal waar vrouwen dat doen? Hoe ging dat liedje van The Kinks ook alweer? Op de Lp ‘Muswell Hillbillies’ staat het nummer: ‘Alcohol’, over “a sinner who used to be a winner”, en die in de goot eindigt. “Barley Wine, pink gin. He’ll drink anything. Port, pernod or tequila. Rum, Scotch, Wodka on the Rocks, as long as all his troubles disappeared.” Maar zij drinkt Cola, ze zoekt vergetelheid. 

Het deed me ook denken aan de schoolpauzes die je zelf moest invullen als puber. Van gejat geld, snoep of chips kopen. Meteen op straat opeten. Nog net niet roken. Een boom biedt daarbij al eeuwen natuurlijke steun, een lantaarnpaal zou het te grootsteeds maken. Natuur als medicijn tegen hopeloosheid. Maar het gemarmerde wateroppervlak versterkt de onrust weer. Het gevoel van een eindeloos vooruitzicht, dat er aan deze misère in je leven nooit een eind lijkt te komen. Je weet niet beter, het is voor het eerst dat je zoiets meemaakt. 

Misschien was het beter geweest als ik even met haar was gaan praten.

14 | 8 | 2021
115

K. Schippers  1936 - 2021,  uit  ‘De laatste keuze’ van Philip Mechanicus  1936 - 2005

11 | 8 | 2021
114

Messer im Kopf

Sinds ik de serie ”Beauties of the common tool” van Walker Evans heb gezien, kijk ik anders naar gereedschap. Hij wilde de schoonheid van het ontwerp en het materiaal laten zien: “Among low-priced, factory produced goods, none is so appealing to the senses as the ordinary hand tool. Hence, a hardware store is a kind of offbeat museumshow for the man who responds to good, clear ‘undesigned’ forms.”    - Walker Evans, Fortune 1955 

De aandacht voor gebruiksvoorwerpen was voor Evans belangrijk. Zijn manier van denken en kijken werd er door versterkt; nooit iets romantiseren. En altijd goed opletten, nergens overheen kijken, alles is bruikbaar. Eigenlijk het uitgangspunt van iedere verzamelaar, jutter, morgenster of hoarder. Je krijgt er nooit genoeg van. 

Het kwam ook door de manier waarop Evans dat gereedschap had gefotografeerd. Alles met zacht licht. Op de originele afdruk van een prachtig slank tangetje kan je een vage schaduw van het voorwerp naar de witte achtergrond zien lopen. Hij legde het gereedschap op een pootje, verdekt opgesteld onder het voorwerp. In de publicatie is dat verdwenen door het tegenhouden tijdens het afdrukken, of weggeretoucheerd. 

Zwevend staal in een witte ruimte. Geen schaduw meer, los van het aardse bestaan. Geen geschiedenis meer, los van iedere dimensie. Het is ook de ontkenning van de zwaartekracht, waardoor dit kleine gereedschap een extra glans kreeg dat ze daarvoor niet had. Nog steeds geldig.

Afbreekmes gevonden in de Prinsenstraat, Amsterdam
8 | 8 | 2021
113

Sssst!

Niemand herinnert zich dit meer. Ik weet zelfs niet waar dit gemaakt is. De reden was een intro voor een boek over theaterfotografie. Het moment is zo onbeduidend dat ik er een foto naast moet zetten. Zo creëer je een tweede laag, de suggestie van een verloop van tijd. Voor en na. Eigenlijk zit de overgang in het wit tussen deze twee plaatjes. 

Waarom zouden deze toeschouwers zich zoiets herinneren? Je zit met een groep mensen in een theaterzaal en wacht tot de voorstelling begint. Het is een fase waar je doorheen gaat, op weg naar iets anders. Van licht naar donker, van verwachting naar de realiteit. Van een groepsgevoel naar een individuele ervaring. 

Om het mezelf moeilijker te maken heb ik de neiging een gezichtsbedrog te laten ontstaan, door de bovenste helft van de linkerfoto weg te denken. Ik kijk dan vanuit een laag standpunt naar het publiek tegen een witte achtergrond. Langzaam trekken het achtergrondgordijn, het plafond en zijmuur omhoog. Of komen ze vanuit de nok omlaag? En begint de voorstelling pas als alles weer op z’n plaats hangt? 

Om het nog lastiger te maken twijfel ik dan ook nog aan de volgorde, waarom niet de linker en de rechter foto verwisselen? Maar dan grijpt de redelijkheid in. Details als plooien in een gordijn, hoeveel lampen er hangen en hoe het plafond er aan toe is, verstoren de concentratie tijdens een voorstelling. Alle aandacht moet naar de illusie en het geloof er in. Geen gefluister en geroezemoes meer. Licht uit: het gaat beginnen.