franfotoblog

13 | 10 | 2021
132

Kop en schotel

Als kind had je niet zo veel in te brengen als het over belangrijke dingen ging. Dat gold ook voor de eerste Heilige Communie. Het was iets dat ik over me heen liet komen; ik begreep er niets van. Het voelde meer aan als een plicht ten opzichte van je ouders, dan dat ik er zelf iets aan had. Een echte rite de passage. 

Ik kreeg wel een nieuw pakje aan, grijs, op de foto’s te zien. En ik mocht plaatjes uitdelen waar mijn naam op stond boven een stukje met stichtende woorden. De herinneringsoorkonde van die dag heb ik nog op zolder hangen. Voorbedrukt en later met mijn naam en datum ingevuld. Van die dag kan ik me niets meer herinneren. 

Later werd het me duidelijk dat ze er beneden de rivieren anders over dachten. 

Als je naar deze kop en schotel kijkt, moet het er daar grootser zijn gevierd. Soms kom je ook cassettes tegen waar nog de vormen in terug te zien zijn van een vork en een lepel, het eerste communiebestek. Messen ontbreken, een kind van die leeftijd kreeg alles keurig voorgesneden op z’n bordje. 

Het gouden randje op kop en schotel doet bij alle afgebeelde symboliek van korenaren en druiventrossen wat werelds aan. Je had schijnbaar een overwinning op iets behaald, en van zo’n hoog niveau dat je hier alleen op zon- en feestdagen thee uit mocht drinken. Of misschien helemaal nooit niet, als je het zou breken was alles voor niets geweest. 

Precies op de plek waar je je onderlip plaatste stond nog eens een vergulde vermelding van deze grootse gebeurtenis: ”Herinnering aan 'mijn' H. Communie”. Alsof je jezelf daar voortdurend aan wilde herinneren, al die anderen er part noch deel aan hadden.

10 | 10 | 2021
131

De Franse slag

Twee seconden in beeld: een blauwe platenwinkel in Parijs. Eigenaardig … Maar er is al weer een volgend beeld dat je aandacht vraagt. Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps stappen voor hun tv-programma over chansons hier naar binnen. Op het uithangbord boven de ingang staat “Chansons!”. Ik kan me bij ons geen pui voorstellen waar “Levensliederen!” op zou staan. Te veel Hollandse nuchterheid. 

Het programma laat ook zien hoe we in Nederland het Franse ‘joie de vivre’ ervaren. Net als Japanse toeristen die Marken en Volendam voor zich zien, als ze nog in Tokio zijn, of Amerikanen die geloven dat we hier op klompen lopen. Met deze twee enthousiaste mannen zwerf je door een Parijs dat nooit bestaan heeft maar, zoals in een sprookje, heerlijk is om in te geloven. 

Die blauwe gevel bleef knagen. Ik wil er ook heen. Maar hoe kom ik achter het adres? Als je “Record Store / Chansons / Paris” in de zoekmachine invoert kom je nergens. En het  promofilmpje voor “Chansons!” levert een onscherp beeld op. Welk arrondisement of straatnaam? Google’s Streetview heeft betere beelden. Maar eerst nieuwe  zoektermen. Op de gevel staat nog meer: “Blues & More” en “CD. Vinyles”. Beter? 

Zo kom ik op “Paris Jazz Corner” in de Rue Navarre uit. Het ‘Chansons!’ bord is over die naam heen gemonteerd! Zou de eigenaar hier content mee zijn? Wie heeft dit bedacht? En waarom? Zelfpromotie? Of het belang van letterlijk ‘chansons’ binnen te gaan?   

Van de verzorgde typografie van de titels, de zingende voorbijgangers op de Champs-Élysées die allemaal een stukje van een chanson meezingen, alsof tout Paris zo door de straten gaat. Dit programma ademt een stille perfectie in de productie, die eigenlijk haaks staat op dat losse gevoel dat beide heren propageren. De Franse slag restyled. 

“Emmenez-moi au bout de la terre / Emmenez-moi au pays des merveilles” (Charles Aznavour) 

Foto (rechts) Google
2 | 10 | 2021
129

Out of Order

Gevonden op het dak van een fotocabine op het Amstelstation. Vier maal dezelfde foto, ieder met een iets andere beeldhoek, gemaakt door een machine. 

Een tragisch achtergelaten foto van een dierbaar lichaamsdeel, de magie van het verkeerde moment, het spannende van viermaal een nutteloze herhaling, het zachte licht dat de plooien van de trui wolliger en de huidtint voller maakt. De schijnbare intimiteit van de gesloten lamellen in de achtergrond en de onscherpte in de afkadering van de foto’s. De onverteerbaarheid net te worden afgekapt terwijl je opkomt. Of de tegenstelling tussen bewegen en stilzitten, waar een machine geen onderscheid in kan maken. En het unieke van dit velletje in vieren, dat overal ter wereld bekend is. 

Dick Jewell heeft dit soort foto’s ooit verzameld in zijn “Found Photos” uit 1977. In “The Photobook 2” van Martin Parr en Gerry Badger staat daarover: “Found Photos” is both a conceptual artwork and a sociological footnote – much of human life circa 1970 is here. But this book sheds light not so much on physiognomy of the fragility of selfimage, as well as on how we try – and often – fail to beat these heartless, frustrating machines.” 

Wat mij raakt is het menselijke van even de tijd te moeten nemen en de onverbiddelijkheid van de nooit falende mechaniek. En het sentiment dat het toch uiteindelijk niet vernietigd is, maar blijven liggen, alsof de eigenaar een kind te vondeling heeft gelegd. Er geen afstand van kunnen doen en er toch niets mee te maken willen hebben, maakt dat ik het sinds 1978 nog steeds bewaard heb.