Uit een kartonnen kinderkoffertje 4
Bij een serie prentbriefkaarten met foto’s van Paul Huf uit 1949 van Art Unlimited, vroeg ik me af hoever je mag gaan in het vernieuwen van kleur in oude beelden. Bij de verfrissing van de dia hierboven heb ik dat ook. Schijn bedriegt snel.
De foto van Huf was gemaakt op Schiphol ter ondersteuning van een KLM campagne. Een jongen, begeleid door een stewardess, loopt over het platform en zwaait met sambaballen. Aan het toestel en hun kleding is te zien dat het om een oude foto gaat. Gemaakt in kleur, toen al, het kan niet anders dan dat ze verkleurd moet zijn. Maar hoeveel verkleurd mag dat zijn? De retoucheur voor deze foto heeft de opfrissing zo klein mogelijk gehouden. Alles heeft nog steeds een grijs/blauwe kleurzweem. Het rood van de KLM Tankdienstauto’s, de lipstick van de stewardess en het rood op de staart van de DC 3 zijn meer rossig dan echt dieprood.
Moet een nieuwe vernislaag op de Nachtwacht zo helder mogelijk zijn of past een lichte vergeling beter, omdat je dan eerder aanvaardt dat het schilderij al 380 jaar oud is?
Aanwijzingen dat het om een oude voorstelling gaat, zijn essentieel. Je kijkt meteen naar kleding, apparatuur of haardracht etc. Koken er nog steeds vrouwen in pannetjes langs een kanaal op camping gaz setjes? Zou kunnen, actualisering in kleur doet dan niet raar aan, maar bij die KLM foto was er geen ontkomen aan; gedateerd.
Als ik moet kiezen tussen deze twee zou ik de linker nemen. Door de wasem van de ouderdom vind ik het feestelijker en kan ik me makkelijker voorstellen waarom de fotograaf deze foto toen moest maken. Het vrije, ongebondene, eindelijk vakantie, van vroeger komt beter tot z’n recht. En de armoe in de kleur gaat goed samen met dat primitieve koken. Of de blijdschap dat zulke beelden nog bestaan.
Uit een kartonnen kinderkoffertje 3
Jezelf blootgeven zonder veel te laten zien. Het zonnescherm zorgt ervoor dat we alleen zijn. Helemaal bloot of gesuggereerd? Misschien is het wel de meest sexy manier om met naakt om te gaan, door het schijnbaar te ontkennen. Alle fantasie moet dan van mij komen. En toch …
Alles is schijn, natuurlijk. Ik zie drie mogelijkheden: met haar toestemming, toeval of opzet van de fotograaf. Ik let op haar expressie, hoe kijkt ze? Open, zelfs een beetje schuchter. Maar haar hoofd lijkt zich een beetje af te draaien en haar rechtermondhoek heeft iets besmuikts. Ogen als spleetjes, ze voelt zich niet helemaal op haar gemak. Maar ik mag haar best zo zien. Ze heeft haar zonnebril even in haar linkerhand. We kunnen elkaar recht in de ogen kijken. Open en bloot, ik denk dat het er niet toe deed. Dat de fotograaf deze vrijheid nam in een sfeer van vertrouwen en intimiteit.
Alle beelden uit het kartonnen kinderkoffertje zijn gemaakt in het begin van de zeventiger jaren. De toen hippe trend van het natuurlijk bloot (te zien op popfestivals als Woodstock en Kralingen) onder jongeren, maakte foto’s als deze in de huiselijke kring ook mogelijk. Mick Jagger in zijn jumpsuit en voormannen als Roger Daltrey (The Who) en Robert Plant (Led Zeppelin) waren blikvangers met hun ontblote bovenlijven. Met Diane Arbus op een nudistencamping en Ed van der Elsken op het naaktstrand; onthullend, alternatief en lekker om naar te kijken. De mooiste reclametekst voor een grotere omzet in wollen kleding uit die tijd: “Liever naakt, dan namaak.” Niks aan toe te voegen.
Kertész
Een aandenken, iets stoffelijks, iets om vast te houden. Om later nog eens te bekijken. Een boekje en een folder. In het boekje een paspoortachtige foto van een jonge vrouw met diepliggende ogen, een opdracht (“For Elizabeth A.K.”), een verbeterde prijs (“5”) in potlood, en de namen van vorige eigenaars (“G. en Y. Tromp 1/7/81”). Het heet “Portraits” André Kertész.
Het vouwvel heeft de kenmerkende Crouwel typografie, die het Stedelijk Museum een onpartijdig karakter gaf. Geen kapitalen of schreven, geen pretenties. Alles was even belangrijk. Typografie om de toegankelijkheid maar te vergroten. En, door de dikte van de letter, toch de nodige portee. Nergens kleur te bekennen, alleen maar onderkoelde hartstocht. De bescheidenheid om je eigen naam in grijs te drukken.
De vrouw aan wie dit boekje (“Portraits”) is opgedragen is Elizabeth Sali. Kertész trouwde met haar in 1933; het moet de liefde van zijn leven zijn geweest. Ik zie dat terug in zijn boekje met Polaroids, die hij bijna vijftig jaar later maakte uit zijn raam in New York (1981): “From my window”. Elizabeth was toen al vijf jaar dood. Het zijn foto’s zoals je die op latere leeftijd maakt, met weinig inspanning, alleen essentiële onderdelen zoals een hart van glas, twee glazen beeldjes en wat regen op het raam.
In de folder een analyse van Els Barents: ”Zijn foto’s onderscheiden zich door een verassende speelsheid en menselijkheid. Hij beschikt over die bijzondere fotografische intuïtie om zijn onderwerpen niet van hun context te isoleren, maar om juist te kunnen anticiperen op een verscheidenheid van niveaus, van leven en van motieven voor zijn lens, die hij moeiteloos lijkt te componeren tot harmonische vormen op het platte vlak”.