franfotoblog

8 | 6 | 2022
197

Kertész

Een aandenken, iets stoffelijks, iets om vast te houden. Om later nog eens te bekijken. Een boekje en een folder. In het boekje een paspoortachtige foto van een jonge vrouw met diepliggende ogen, een opdracht (“For Elizabeth  A.K.”), een verbeterde prijs (“5”) in potlood, en de namen van vorige eigenaars (“G. en Y. Tromp 1/7/81”). Het heet “Portraits” André Kertész. 

Het vouwvel heeft de kenmerkende Crouwel typografie, die het Stedelijk Museum een onpartijdig karakter gaf. Geen kapitalen of schreven, geen pretenties. Alles was even belangrijk. Typografie om de toegankelijkheid maar te vergroten. En, door de dikte van de letter, toch de nodige portee. Nergens kleur te bekennen, alleen maar onderkoelde hartstocht. De bescheidenheid om je eigen naam in grijs te drukken. 

De vrouw aan wie dit boekje (“Portraits”) is opgedragen is Elizabeth Sali. Kertész trouwde met haar in 1933; het moet de liefde van zijn leven zijn geweest. Ik zie dat terug in zijn boekje met Polaroids, die hij bijna vijftig jaar later maakte uit zijn raam in New York (1981): “From my window”. Elizabeth was toen al vijf jaar dood. Het zijn foto’s zoals je die op latere leeftijd maakt, met weinig inspanning, alleen essentiële onderdelen zoals een hart van glas, twee glazen beeldjes en wat regen op het raam. 

In de folder een analyse van Els Barents: ”Zijn foto’s onderscheiden zich door een verassende speelsheid en menselijkheid. Hij beschikt over die bijzondere fotografische intuïtie om zijn onderwerpen niet van hun context te isoleren, maar om juist te kunnen anticiperen op een verscheidenheid van niveaus, van leven en van motieven voor zijn lens, die hij moeiteloos lijkt te componeren tot harmonische vormen op het platte vlak”.

5 | 6 | 2022
196

Avati

Uit het boekenhuisje aan de Amstelkade. Meegenomen omdat ik net in ‘Het teken van de Dood’ over Moravia en zijn bezoek aan Jan Wolkers op Texel had gelezen. Kan geen toeval zijn. Maar eigenlijk om de James Avati-cover en de foto achterop. 

Deze Signetuitgave komt uit maart 1952 en is de tweede druk. Het zijn de hoogtijdagen van de gevaarlijke vrouwen. In films, de reclames en op de boekomslagen. “Was She Good - or Was She Bad?” staat er op de cover. Die trend was al voor de oorlog merkbaar, maar werd nu ook gebruikt als waarschuwing en verleidingsfactor. 

In het definitieve boek over James Avati van Piet Schreuders en Kenneth Fulton (010 Publishers) staat dat Avati voor de herdruk van 1958 het interieur achter haar heeft weggeschilderd. Schaamden de illustrator of de uitgevers zich voor de schamele, rommelige inboedel? Komt ze teveel over als een slordige sloerie, een verwarde vrouw? Zo moeten Amerikaanse soldaten tijdens de oorlog Italiaanse vrouwen hebben ervaren, volgens de uitgevers. Of Avati wilde een breuk met het verleden. 

Hij werkte meestal naar foto’s. In zijn studio construeerde hij met vrienden of familie, voorstellingen die bijna letterlijk werden nageschilderd. Ik weet niet of het voor meer Signetuitgaves gold, maar voor ‘The Woman of Rome’, staat op de achterkant ook de foto van het model dat Avati gebruikte. 

Je ziet de verschillen in kleine, maar belangrijke details. Op de cover houdt ‘The Woman’ haar rechterarm op haar rug, op de foto staat die in haar zij en komt wat zelfbewuster over. Haar linkerhand hield oorspronkelijk een ronde vorm vast, te zien aan de kromming van haar vingers, op de boekcover zoekt de hand houvast aan de rug van een stoel. Onzekerheid en houvast. Haar gezichtsuitdrukking is er wat schamperder op  geworden, een vrouw die wat heeft meegemaakt. Ben benieuwd.

1 | 6 | 2022
195

Hans Croiset

Hans Croiset speelt zijn laatste rol in ‘Eindspel’ van Samuel Beckett. Door de corona heeft hij daar twee en een half jaar op moeten wachten. Wat hij heerlijk vond; hij wilde alles tot in de puntjes voorbereiden. 

Als ik aan hem denk komt deze foto vaak bovendrijven. Gemaakt tijdens een doorloop van ‘Mary Stuart’ in 1991, in het repetitielokaal van het Nationale Toneel. Hij deed de regie. Bram van der Vlugt en Wil van Kralingen hadden de hoofdrollen. Zij speelde Mary als verfrissende onschuld. Overgevoelig naast de kille Elizabeth van Annewil Blankers. Ik hoor haar nog altijd “Zuster!” roepen met dat beetje bekakte Haagse accent; “Zaster!”. Maar dit is Saskia Mees die een hofdame speelde. Half verkleed om alvast het gevoel te krijgen dat je in kostuum staat. 

Op dat moment deed het me denken aan de geboorte van Venus van Botticelli. Een opperwezen dat leven blaast in een jonge vrouw. Haar blik is ergens anders. Heeft ze het koud of staat ze strak van de adrenaline? Hans Croiset regisseerde zacht en dwingend, ik zie het in z’n schouders. Hij gebruikte zijn stemgeluid, zacht en vloeiend, om dingen voor elkaar te krijgen. Wat hij zei klonk nooit ingewikkeld, had een aangename helderheid. Een warme man. 

Wat hem altijd jong heeft gehouden is zijn eeuwige twijfel of hij wel alles uit een stuk haalde wat er volgens hem inzat. Zo werd het iedere keer weer een opgave om aan een voorstelling te beginnen, als acteur en regisseur. Dat tot in de perfectie iets raken is hem wel eens overkomen, maar dat was dan steeds achteraf, nooit in het moment zelf. Altijd in overweging doe ik het wel goed. Het voorbeeld van een eeuwige, succesvolle, twijfelaar.

Met dank aan het radioprogramma Kunststof.
29 | 5 | 2022
194

Uit een kartonnen kinderkoffertje 2

Een dagje naar het strand. Er is een schip aangespoeld, dus camera mee. Zomaar zitten op het zand achter prikkeldraad en een bordje: “Verboden Toegang volgens het zeeregelement art.3 “. De jongen op rechts maakt een foto met zijn Kodak Instamatic. Niemand lijkt zich bewust van het gevaar aan de horizon. ‘Jaws’ avant la lettre. 

Ik zie ook verschillende lagen. De puurheid van een witte zandvlakte. Vier ramptoeristen zonder bagage, keurig ingedeeld tussen paaltjes. De samenhang en tegelijk ontkenning tussen dichtbij en veraf, en groot en klein. De nabijheid van zo’n schip dat je alleen maar uit de verte kent. De overeenkomst met foto’s van jachttrofeeën. 

Vreemd dat dit gezelschap zich liever naar de camera richt dan waar zij voor gekomen zijn. En opvallend dat de fotograaf meer zand dan hemel op de foto wilde. Groot gelijk; het zand heeft het schip eigenlijk doen stranden, zo wordt het een science-fiction landschap waar alles mogelijk is. Een vale kiel kan hier zelfs stuifzand suggereren. 

Ik zag voor het eerst hoe groot zulke schepen waren toen ik zes jaar was. Bij Bergen aan Zee was de ‘Katingo’ gestrand. De anders hoge toppen van het duinlandschap aan het eind van de Zeeweg waren ineens zandhoopjes, als je ze vergeleek met wat er in de verte bovenuit stak. Hetzelfde gevoel als ik cruiseschepen langs de Amsterdamse skyline zie glijden. 

Dit is de ‘Wang Chu’ die in 1973 strandde bij Castricum aan Zee. Na een poging het schip recht te trekken kwam het nog vaster te liggen. Nadat er brand was uitgebroken werd het in stukken gezaagd en verdween het als schroot in De Hoogovens.