franfotoblog

13 | 11 | 2022
242

Op tafel

In nummer 8 van de onvolprezen serie ‘Useful Photography’, gaat het over de beelden die gebruikt worden om sexfilms in te leiden. Zo op het eerste gezicht  anonieme interieurs en situaties, die je in het ongewisse laten. Het zijn decors waarin je nooit zou kunnen leven. Je bent meteen gewaarschuwd. 

Opvallend is de afwezigheid van iets bijzonders in beeld. Niets om je af te leiden, overal onzijdigheid om de activiteiten die gaan volgen, beter te laten exploderen. Een klaslokaal, een sofa, een pizzabesteller aan de deur of een auto met pech, dit had jou ook kunnen overkomen. In een mum van tijd heeft iedereen zich van bijna alle kleding ontdaan, alsof er geen houden meer aan is. Wat wel aan blijft, bedekt geen vitale delen en moet de haast symboliseren waaronder al deze passie schuilgaat. Alsof je je sokken aanhoudt als je langs de branding loopt. 

Een man in habijt zit aan tafel en lijkt te ontbijten. Er ligt een bijbeltje klaar, hij hoeft zich niet te vervelen. Op zijn bord twee halve kadetjes met salami, schijfjes komkommmer en wat tomatenplakjes, een broodmandje ontbreekt; dit is ergens anders klaargemaakt. Links van hem ligt er bestek op een servet en aan een kop en schotel is ook gedacht. Nergens een thee- of koffiepot. Zelf inschenken is er niet bij. Freudiaans? 

De jonge zuster die hem bedient, bekent dat ze in deze kamer geen reine gedachten heeft. Ik kan me dat meteen voorstellen, wat een saaie voorspelbaarheid. Onkreukbaar, onpersoonlijk, zonder geur of geschiedenis, kortom verstikkend. Zelfs de druipkaars heeft het opgegeven. Gesloten jaloeziëen en vitrage versterken dat gevoel. Je kunt je voorstellen dat een beetje frisse lucht hier al veel uitkomst zou bieden. 

Wanneer ze bijna dreigt flauw te vallen blijkt de geestelijke over de medische kennis te beschikken voor een mond op mond beademing. Als bij een wonder trekt ze weer wat bij. Na wat verder onderzoek kan hij dan rustig verder eten. En het medeschuldig interieur valt natuurlijk niets te verwijten.

9 | 11 | 2022
241

Goor

Op mijn slaapkamerdeur heb ik een stukje papier geplakt uit de titel van een boekrecensie: “het gore lef”. Sappige en stevige taal, zonder consequenties. Blaffende honden etc.; iedere ochtend weer een inspiratie. 

Het gaat om de balans tussen het aanvaardbare en het groffe. Wanneer is onbeschoftheid nog te tolereren. Blaaskaken als Theo van Gogh en Hans Teeuwen waren ooit bakens in zee. De makers van het affiche voor de “Poverty Peep Show” lijken alles overnieuw te willen doen. 

Of is er een nieuw tijdperk voor ranzige humor aangebroken? Uitgangspunt blijft hoe je zo’n boodschap zonder afkeer goed over laat komen. De ‘Poverty Peep Show’ affiche laat niets te raden over. Je zou dat ook ‘eerlijk’ kunnen noemen, want recht voor z’n raap is ook een onderdeel van de grofheid. 

Maar het heeft ook een afstotend effect. Hoe ver kan je gaan om indringend te zijn en niet opdringerig te worden? Je de verbeelding ook wat ruimte laat? Ik denk dat daar de nuance voor nodig is. Suggesties werken beter. Maak de kijker medeplichtig. Die wordt daardoor medeverantwoordelijk. Wat je denkt als je iets smerigs te zien krijgt, is jouw eigen schuld. Jij hebt een ‘dirty mind’, de viezerik zit in jezelf. 

De goorste affiche die Anton Beeke ooit maakte, was voor de voorstelling van “Troilus en Cressida”, uit 1980. “Hij snoerde de kont van een model in met leren riemen. De billen werden wit gepoederd en ze kreeg een staart. Het achterwerk en de vagina waren weerloos naar de kijker gekeerd” (- Bob Witman, “Dutch Posters 1997-2017”). 

Ik heb bewondering voor het precieze scheurwerk op het rechterexemplaar. Het hing vlakbij het Concertgebouw, waar veel fatsoenlijke mensen wonen en ‘poverty’ niet het eerste is waar je aan denkt. Misschien dat iemand dat zo wilde houden en zich hier eigenlijk voor schaamde. Door die censuur zou ik nog nieuwsgieriger worden.

6 | 11 | 2022
240

Fonofotografie 24

Norman Seeff  1939 - heden
Barry White, Stone Gon’ 1973

2 | 11 | 2022
239

Met Joke op Tenerife

Promofoto’s worden niet gemaakt om de inhoud, maar het uiterlijk. Het gaat niet over mensen, maar over produkten. Niets wordt persoonlijk, ook de eigen stijl van een fotograaf wordt het liefst vermeden. Hoe neutraler, hoe groter het bereik, hoe meer glamour. “Joke Bruys & Formatie Terrific” mochten ook even aanschuiven achter dit stilleven van hun eigen muziekinstrumenten. Eindelijk beroemd. 

Op de onderste foto is extra licht gezet, om iedereen los te krijgen van de donkere achtergrond en de avondkleding van beide zangers goed uit te laten komen. Dit is de serieuze versie, iedereen kijkt naar links alsof daar Het Licht en Zaligheid vandaan gaan komen. De camera is iets naar boven gedraaid. We kijken tegen ze op. 

Op de andere foto, de wat wereldser versie, wordt plichtmatig geglimlacht, hangen de stropdassen op half elf en zijn de mouwen opgestroopt. Rotterdammers? Het meest ontroerende vind ik de stootrand onderaan de branding; ook een azuurblauwe zee kent z’n beperkingen. 

Ik kijk ook graag naar de kleine zanger. In smoking doet hij zijn beste Mel Gibson imitatie, en kijkt dapper de dood recht in de ogen. Maar in zijn rode vest lijkt hij, tegen zijn zin in, opeens iemand te herkennen. Die splitseconde waarin je even je ware gevoelens laat zien. Had hij niet gisteren de Maffia dat zwijggeld al moeten betalen? 

Ieder gedraagt zich zoals de fotograaf dat in z’n hoofd heeft. De drummer krijgt precies aangegeven hoe hoog hij z’n drumstokken moet houden. Dat de gitarist op het neefje van Bach lijkt, wordt maximaal uitgebuit, hij staat steeds centraal. Zelfs Joke die toch een diepe inkijk in heur decolleté toestaat, moet hiervoor wijken. Gelukkig hebben ze allemaal een andere opvatting hoe je een vlinderdasje strikt. Hoe zouden ze geklonken hebben? Cocktails of diner-dansants, dit orkest kon alles aan, getuige hun outfit.