Fonofotografie 55
Ik ben deze serie ooit begonnen om de fotografen die het karakter van LP hoezen bepalen, bekender te maken. Ook al staan hun namen altijd in kleine lettertjes ergens achteraan op de hoes.
Er zit een soort code in m’n geheugen die waarschuwt of een hoes interessant genoeg is om verder te bekijken. Dat zijn meestal officiële variaties op bestaande hoezen, en soms zelfgemaakte versies. Bij klassieke muziek krijgt iedere nieuwe uitvoering van hetzelfde stuk een andere hoes; variaties op een thema. Er zijn Beatlefans die van ieder album alle verschillende persingen per land verzamelen, omdat ze er anders uitzien. “Quatre garçons dans le vent” klinkt iets exotischer dan “A Hard Day’s Night”.
Deze CD zal niet op hun lijstjes voorkomen. De besmeurde jewelcase (opbergdoosje), de vage foto, een spelfout, foutieve naamsvermelding en het ontbreken van een inhoudsopgave; we zijn betere info gewend. Toch is er geprobeerd om het er zo officieel mogelijk uit te laten zien. Omdat het voor persoonlijk gebruik is doen alle tekortkomingen er dan niet toe. Mensen kennen hun gebreken.
Volgens de beste Beatles-researcher Piet Schreuders, is de foto uit 1963 en gemaakt door Terence Spencer. The Beatles droegen toen witte overhemden en stropdassen, na de motorjacks en zwarte coltruien, een volgende poging tot acceptatie. Ik denk dat Spencer meer wilde dan de gewone groepsfoto en ze gevraagd heeft om wat opwinding in beeld.
Wat je ziet zijn vier wilde kapsels en rare gezichtsuitdrukkingen. Opvallend is de stand van hun onderlippen, alsof ze allemaal de “S” van “Twist and Shout” zingen. McCartney en Harrison gebruikten toen dezelfde microfoon en zongen net zo schuddebollend het refrein van dat liedje om samen met hun fans de opwinding te vergroten.
Jammergenoeg is deze CD door vernieuwde techniek, niet meer te beluisteren.
Modellen van wíe?
Een rol achtergrondpapier en een lampenset in een studioachtige ruimte, begin zeventiger jaren. Om ongewenst afrollen te voorkomen zijn er twee prullenmanden op de rol gezet. Modellen die nauwelijks regieaanwijzingen lijken te krijgen. Toch komen ze niet gekunsteld over. De fotograaf moet iets bemoedigends hebben uitgestraald.
Waren het opnames voor een modellenboek van een bureau? Soms worden ze van opzij gefotografeerd. Recht voor z’n raap, sommige rokjes hebben nog rimpels van het zitten. Foto’s buiten (zie vorig blog) zijn op zorgvuldig gekozen locaties. Grachten zijn leeg en parken uitgestorven. De houdingen en gebaren zijn dan wat aan de stijve kant. Zoals ze ook in de Wehkampcatalogus voorkomen, maar daar is de kleding weer te chique voor.
Eigenlijk zijn de foto’s die ik hier gebruik spiegelbeeldig. Maar een eerste indruk is nou eenmaal het sterkst. Zo zag ik ze toen ik de negatieven bekeek. De stand van haar linkerheup komt nu wat geforceerd over. Ook al klopt dat sigaretje dan beter. Haar houding is zo zelfbewuster. Meer van ‘had je nog wat?’ Ook al doet de gedraaide voet wat onzekerheid veronderstellen. Die tegenstelling maakt het spannender.
De man op rechts is gesloten in z’n lichaamstaal. De vrouw staat er meer open bij. Daardoor wekt ze de indruk dat ze meer ervaring heeft met poseren. Ze is de enige waarvan op het pergamijnen negatiefzakje een naam staat: Franulka.
In het Nederlands Fotomuseum bewaren ze foto’s van haar die Ed van der Elsken ergens in 1973 heeft gemaakt, toen hij nog in de Koningsstraat woonde.