Wie?
Gevonden in een dikke map naast een vuilniszak, zwart-witte modefoto’s en modellensheets. Deze zijn gemaakt door een assistent, maar wie is die fotograaf?
Gevonden in een dikke map naast een vuilniszak, zwart-witte modefoto’s en modellensheets. Deze zijn gemaakt door een assistent, maar wie is die fotograaf?
Misschien nog teveel bezig met reflecties uit de vorige blog, zag ik al weer andere mogelijkheden in die menging van spiegelbeelden en de realiteit, toen ik bij de firma Specsavers even moest wachten.
Roodjakje kreeg geen bril maar haar zus wel. Ze probeerde haar moeder voortdurend te laten zien wat voor leuke modellen haar goed stonden, maar de aandacht bleef bij de jonge brildraagster en de monturen die zij uitzocht. Een winkelmedewerker in een blauwe trui schoof de ene na de andere op haar neus. Buiten haalde de vorige klant haar fiets uit het rek, terwijl er een tram voorbijging. Maar het meest intrigerende was het late zonlicht op de gevel aan de overkant van de Kinkerstraat. En dat allemaal in banen.
Voor mij zijn reflecties zelfstandige beelden, geen spiegelbeelden. De eigenschap van glas om te spiegelen is daarbij essentieel en toch miniem, je kijkt er dwars doorheen. Het is een menging van wat er is en een nieuwe werkelijkheid door de reflectie.
Eigenlijk zijn het drie lagen: de realiteit, het glasoppervlak en de reflectie er op. Dat je twee dingen tegelijk kunt zien, geeft spannende combinaties; ze lijken niet bij elkaar te passen. Een realistisch beeld krijgt een extra laag, het geheel lijkt een andere werkelijkheid.
Hier zat ik in een stilstaande trein en keek uit op een perron. Achter me scheen de zon op een groot geel vlak dat weerkaatste op het raam waar ik doorheen keek. Het was een stuk van de trein die net naast de onze was gestopt. Bij de Rakutenman zijn de gebogen ronde hoeken van het treinraam buiten te zien. De ronde hoeken van de grotere ramen zitten in mijn coupé.
Bij de foto op rechts gaat het alleen om de reflectie, op links laten de donkere rugleuningen van de treinstoelen de voorbijganger voor driekwart intact. Z’n hoofd wordt bijna helemaal weg belicht door het gele vlak. Het gefilterde zonlicht van het dak boven hem zorgt voor extra stukjes detaillering. Maar die zonnebril maakte hem pas echt een anonieme voorbijganger.
Wanneer word je uitgenodigd om in iemands slaapkamer een foto te komen maken? Van de foto’s van Diana Arbus weet ik dat het dan meteen intiem lijkt. Hotelkamers hebben een sfeer van tijdelijk privé, passend in het jachtige leven van artiesten.
Ik denk dat Lex van Rosen in dit hotel het portret van Chris Isaak voor zijn derde LP “Heart Shaped World” (’89) heeft gemaakt. Isaak zit op de rand van zijn bed direct naast een hollandse wastafel en handdoekenrek. Hij moest blijkbaar met weinig genoegen nemen, je krijgt een benauwde indruk. Het Quentin hotel was toen het hotel voor kleinere acts, net zoals hotel Wiechmann op de Prinsengracht dat in de zeventiger jaren was.
Hotelinrichting ademt neutraliteit, iedereen moet er zich thuis kunnen voelen. Anton Corbijn’s foto van Elvis Costello uit 1977 heeft diezelfde sfeer. Je kunt voor je foto ook de gang op gaan, of in een ontbijtruimte iets creëren. Maar niet iedereen wil meteen de straat op. Helemaal niet als ze net wakker zijn.
Gelukkig hadden ze in het Quentin nog schrootjes aan de muur en Tomado bedlampjes. Allemaal efficiënt, niet kostbaar en zonder opsmuk. Een puntje van zijn koffer moest op bed en het beeld was compleet. Hij was ‘s nachts laat aangekomen, na een optreden in de Reinhalle in Düsseldorf. Om dat te bewijzen haalde hij een officiële pet van een bewaker met logo uit z’n koffer. Die moest even op om iets uit te proberen, maar ik vond dat afleiden. Het paste misschien bij zijn gevoel voor humor, maar je zou ook kunnen denken dat hij die altijd op had. En de associatie van belegen Engelse humor met Duitse teksten hoefde voor mij niet. Milton is dichter, muzikant bij Blurt (“jazz-punk-psycho-dada-combo”, vlgs. Wikipedia) en poppenspeler.
Quentin Hotel 03-03-1986