La Petite Mort
‘Rude Britannia’ cd’s 1 & 3 NIKON D200 400 ISO F20 1.3 sec 8x afspeelsnelheid
‘Rude Britannia’ cd’s 1 & 3 NIKON D200 400 ISO F20 1.3 sec 8x afspeelsnelheid
Ik was benieuwd naar de camera waarmee die zwaar overbelichte foto van de Eiffeltoren uit het vorige blog was gemaakt. Zulke grote negatieven op rolfilm zie je zelden. Ze zijn 8 cm. breed, de beelden zelf zijn 7,7 x 10,2 cm.
Op een ervan is een man te zien. Frankie Lane? Voor hem ligt een platte tas. Daar zat de camera in, maar het type kan ik niet achterhalen, behalve dat het een klapcamera was. Dan zie ik een foto van een vrouw die de plek van de man heeft ingenomen, het tasje is niet verschoven.
Hij houdt meer afstand van haar, die mooie entourage moet er ook op. Zij houdt het toestel wat meer waterpas en benadrukt zijn harige borstkas, zijn vlezigheid en het strakke zwembroekje.
Iedereen in badkleding, dit is een zwembad. De ombouw doet denken aan die drijvende badgelegenheden in de Seine. Met die twee foto’s van de Eiffeltoren erbij: toeristen in Parijs. Verdere bevestiging is een reclamebord dat boven de tweede verdieping op de achtergrond te zien is: “Les Creations REARD 45,47 Rue de Clichy, PARIS”.
Louis Reard had daar zijn winkel waar hij alleen maar bikini’s verkocht. Hij introduceerde het schaarse kledingstuk op 5 juli 1946 in deze Picine Molitor ten zuiden van het Bois de Boulogne. ‘Bikini’ is vernoemd naar het eiland in de Stille Oceaan dat vier dagen ervoor in tweeën was gesplitst door proefnemingen voor een kernbom.
“Les souvenirs se fanent aussi quand on les oublie”
(Herinneringen vervagen ook als we ze vergeten)
Is iemand zich bewust van z’n onschuld? Dat vroeg ik me af toen ik deze opstelling zag ineen leslokaal aan de Mauritskade. Hier had iemand opgeruimd met een aangeboren gevoel voor compositie. Zonder dat te etaleren of zich daarvan erg bewust te zijn.
Toen ik door het gebouw liep was dacht ik steeds: dit is een oude school, hier hebben ooit kinderen rondgelopen die allang begraven zijn. Als deze muren eens konden praten. Die tussendeur doet denken aan twee klassen tegelijk in de gaten houden, zoals dat in de boeken van Theo Thijssen voorkomt.
Nu is het lokaal teruggebracht naar de oorsprong, de muren kaal en de vloer gestript. Het enige comfort bestaat uit een rode stoel en een spartaans uitziende kruk. Het heeft iets van een toneeldecor waar ieder moment een voorstelling kan gaan beginnen. Beckett bijvoorbeeld. Dan is er het gevoel van: na een inspanning of gebeurtenis, is er altijd een nieuw begin. De verfvlekken op de vloer zijn er de littekens van.
Dit waren de lokalen waar je op school het meest nieuwsgierig naar was, hier ontstonden nieuwe dingen en werd er over kunst gesproken.
Omdat ik de rij ezels links buiten beeld heb gehouden, lijkt het of dit alles is wat je nodig hebt om les te geven. Het meest intrigerende onderdeel van deze opstelling zijn die lichtgrijze rechtopstaande blokken. Hun betekenis? Als je ze neer zou leggen kun je er op staan. Aan het vlekkenpatroon te zien worden er ook peukjes op uitgedrukt en natte glazen op weggezet. Of met verf gekliederd, zoals rond die deurklink.
Iemand die op die blokken gaat staan, staat meteen boven anderen, klaar om bekeken te worden. Gekleed of niet, er is weinig keuze om daar bij te gaan zitten. De stoel of de kruk. Zoals het al eeuwen is gegaan.