franfotoblog

24 | 12 | 2023
353

Illusies

Het valt niet mee om zomaar een ongefilterde glimp van het paradijs op te vangen. Bij IKEA komen ze aardig in de buurt. Langs een zorgvuldig uitgestippelde route zijn kleine woonsituaties nagebootst. Je mag overal aanzitten, het is alsof je hier kind aan huis bent.

Omdat dit warenhuis in een gesloten doos is gehuisvest, moet overal kunstmatig licht worden gebruikt. Ze doen het gespreid, in kleine concentraties. Op iedere plek een huiselijk gevoel. Dat je hier zelf zo zou kunnen wonen, wordt versterkt door overal boeken, handdoeken en kussens te laten slingeren alsof de echte bewoner net even boodschappen is gaan doen. Mijn neiging om even een paar van deze boeken te ‘lenen’, wordt verhinderd doordat ze natuurlijk in het Zweeds zijn.

Naast iedere toegang tot een interieur staat de oppervlakte aangegeven. Bij voorkeur rond de twintig vierkante meter. De 1 persoons-ruimte hier combineert “werk en passie’’, een keuken en een wijnhoekje, in de ‘Alberdingk Thijmstraat’.

Het lijkt alsof je op de derde etage van een grachtenpand bent. Vreemd, om zo’n pronkkamer aan de gracht als keuken te gebruiken. De balans tussen de intensiteit van het licht binnen en buiten is uit balans. Bovendien hebben de inrichters het onmogelijk gemaakt om je ogen er op scherp te stellen door een onscherpe afbeelding achter de ramen te plakken. Prachtig licht en op een acceptabele afstand ingesteld, maar toch een denkfout. Ik kan m’n ogen niet instellen als diafragma's.

Het wereldbeeld is niet scherp tot een bepaalde grens. Als ik zo zachtjes gedwongen wordt me alleen op de koopwaar te concentreren, is dat begrijpelijk. Maar het botst met de vrijheid die je eerder in de winkel ondervond.

20 | 12 | 2023
352

Jim van der Woude 1948 - 2023

Dit is 1979. Jim opent “Zie de Mannen Vallen”, van Hauser Orkater in Shaffy. Hij komt van rechts het toneel op en sleurt twee grote gewichten met zich mee. Iedere pols trekt kilo’s lood over de grond. Hij struikelt af en toe, maar probeert al slepend voortgang te maken met dit zwaar en nutteloos werk waar geen einde aan kan komen.

Totdat hij tegen een witte lijn opbotst. Het blijkt een elastiek te zijn dat over de hele toneelvloer is gespannen en die iedere doorgang belemmert. Geluidsman Dicky Schuttel heeft er contactmicrofoons aan vastgemaakt zodat iedere aanraking door de zaal knalt. Na wat voorzichtige verkenningen waarbij het elastiek langs zijn oogleden schuurt of zijn neus platdrukt, wil hij zich bevrijden van deze kwelling, maar door het wegdraaien met zijn hoofd raakt hij verstrikt in het koord. Krampachtig probeert hij zich los te wrikken totdat hij zichzelf bijna wurgt.

Zie: “Zie de mannen vallen”, op YouTube. Tussen 00’.30” - 04’.51” zit de elastiekscene, en op 41’.27” - 47’.05”, zijn “magische vierkante ramen” act.

Ik heb de tragiek en de waaghalzerij van een mimespeler/acrobaat nog nooit zo sterk beleefd als in deze twee nummers. Wanneer wordt ‘pijnlijk’ komisch? En hoeveel komedie laat de acteur nog toe? Bij Jim bleef er altijd iets van tragiek hangen. Schrijnend, zoals het leven zelf.

Foto's Fran van der Hoeven
17 | 12 | 2023
351

Blauw Blauw

Een peperbus in blauw, ik hoorde het naderen van een tram en wilde die erbij  betrekken. Wat zou dat gaan opleveren? Hoe snel rijdt-ie en hoeveel blauw zal er blijven hangen? Komen die twee voorbijgangers dan nog net op tijd achter die zuil vandaan?

De tram kwam de bocht om. Ik had het net met Reinier Gerritsen gehad over zijn foto’s voor het boek “Wall Street Stop”. Het ging over de deuren van de metrotreinen in New York. Die deden me denken aan sluitergordijnen. Dat wilde ik hier ook.

Die tram moest het beeld half afsluiten. Het was laat in de middag, nog genoeg licht om buiten wat te zien, in de tram was het licht al aan. Er zou een streep van licht langs de zuil glijden. Ik maakte drie opnames, kop, midden en staart van de wagen. De camera stond op 1/8, diafragma F5, 6, net genoeg om ‘m doorzichtig te maken en nog wat scherptediepte over te houden.

Over de voorbijgangers was een vage witte schim blijven hangen in de vorm van de achterkant van de tram. De remlichten gaven extra vaart aan de beweging. Pas later herinnerde ik me de betovering van een foto van Bert Nienhuis uit 1981.

Een rij mannen, ‘s ochtends vroeg in het halfduister, op de Raamgracht, wachtend op het verlengen van hun verblijfsvergunning. Bert had gebruik gemaakt van een voorbijrijdende tram om het binnenlicht als een felwitte lichtwand achter ze op te trekken. Zo werden het silhouetten, anders waren het schimmen gebleven. Nu net iets meer mensen.