franfotoblog

14 | 3 | 2021
76

December 1978

Er zat spanning in deze mededelingen, iets vluchtigs. ‘Ontspannings Centrum’ kwam niet echt relaxed over, eerder bureaucratisch. Of uit een bestemmingsplan. “Niet elke” betekende dat er ook Surinamers waren die wel “junky” waren. De spanning van uitgeknipte letters uit kidnapbriefjes. Of neutrale Hollandse vitrage die de vuile was binnen wil houden. De krappe spatiëring en de betekenis van een gevallen ‘G’. 

Ik reed er langs en die ontwapenende eerlijkheid trof me. Dat zag je niet vaak, ik dacht eerst aan locale solidariteit. Nu blijkt dat het een Surinaamse kraakactie is geweest. In het linkerraam hing eerst de tekst; “Wij willen ons eigen plekje”. Niet hard genoeg, teveel welzijnsterminologie. Misschien was dat toen de sfeer in Amsterdam. Relax man. 

Het Engelse “Junky” is nu “junkie’. Het is kleiner geworden. “Junky” staat voor “worthy of being discarded and meaningless or unbelievable”. Zo kijkt de maatschappij er tegenaan. Hier is iemand met een precies taalgevoel bezig geweest. 

Een “Junkie” heeft ook een onlesbare aandrang. Maar het gaat nu over meer. Er is  obsessie bijgekomen. Iemand die fanatiek boodschappentasjes verzamelt valt er ook onder. Taalgebruik dat het extreme langzamerhand inkapselt. 

Na de Onafhankelijksverklaring van 25 November 1975, begon voor vele Surinamers de emigratie naar Nederland, en werd het er hier een stuk swingender op. Maar niet iedereen kon zich zo snel aanpassen of werd getolereerd. Vandaar deze actie. Tegenwoordig heet dit pand weer gewoon de Ysbreker.
Toen al een toepasselijke naam, totdat je de datum op de gevel leest: 1702.

10 | 3 | 2021
75

Dit is Geluk

Zet twee foto’s naast elkaar en je gaat vergelijken. Opeens zijn ze ‘voor’ en ‘na’. Ook de plaatsing heeft invloed. Links is altijd vroeger, rechts staat voor nu. Als je ze omkeert wordt het ‘een herinnering’. 

Deze twee foto’s komen uit hetzelfde mapje, maar is het dezelfde vrouw? Toch passen ze bij elkaar. Omdat ze tegenstellingen combineren. Sepia naast zwart/wit, kartelrand of een rechte afsnede. Jong en ouder in een open of gesloten omgeving. Een eeuwenoud ambacht als gezelschap of een transistorradio. Ergens voor poseren of zomaar. Kunstmatig of realistisch. 

Een jonge vrouw naast een melker. Vruchtbaarheid in overvloed. Ze draagt geen werkkleding. Haar lichaamstaal is passief, ze heeft haar armen niet nodig. In die wei moest iets historisch worden vastgelegd. Maar wat? Beetje ongemakkelijk, zo had ze ook naast een hunebed of bij het Dolfinarium kunnen staan. Het moest een herinnering worden. Iets voor later, want alles zou anders worden. 

Maar ze lijkt er niet gelukkiger op geworden, eerder ernstig. Veel meegemaakt, en tot rust gekomen in een versteende omgeving op een betegeld terras. Gelukkig nooit meer met je schoenen in de modder. Nergens direct zonlicht, toch een parasol als bescherming, sigaretje en asbak binnen handbereik. Gezellig, en nooit meer alleen, de draagbare radio brengt de hele wereld in een seconde bij je thuis. 

6 | 3 | 2021
74

Los

Als dit snoeppapiertje rood was geweest, had ik het laten liggen.

Die azuurblauwe schittering kon ik niet weerstaan. Ik heb een zwak voor die zeekleur. M'n sterrenbeeld is nu eenmaal Waterman. Er lag een neergestorte Boeing tussen de herfstbladeren, op het pad naast het Okurahotel. Het kon hier niet langer blijven liggen, moest mee naar huis, om beter bestudeerd te worden. 

Eerst de ontdekking, dan de vervorming, gevolgd door allerlei associaties; het iets willen zien dat er niet is. Een haaienvin als staart, de buik van een Orca en de kop van een kikker. 

Toch kwam ik niet los van die opstijgende Boeing. Fotografie maakt het met wat kunst- en vliegwerk duidelijk: ook zonder vleugels is fantasie grenzeloos.

03 | 03 | 2021
73

Klagend gepiep

Het waren felgekleurde houten plankjes met een handvat. Zo’n blad schoof je de boekenkast in als je er een boek uithaalde, om het op dezelfde plek terug te kunnen zetten. De kinderbibliotheek zat op de Laat, naast de Dominicuskerk, en er zat een strenge juffrouw bij de uitgang, die afstempelde: “Ik geloof niet dat dit een boek voor je is”. Iedereen had het gehoord. 

Ik zorgde er altijd voor dat er in de boeken die ik meenam, plaatjes stonden. Je kon meteen zien waar het over ging, het maakte de tekst luchtiger, en er bestonden twee versies van het verhaal. Maar het belangrijkste vond ik de verbeelding van stukjes tekst. Waarom een tekenaar dat had uitgekozen, welke stijl hij had en of ik me daar in kon vinden. Favorieten waren Wim Bijmoer, Ernest Shepard, Carol Voges, Frans Lammers, Carl Hollander, H. Berserik of Eppo Doeve. Hergé, Jijé en Franquin waren natuurlijk veel  swingender, maar dat waren stripverhalen en die hadden ze alleen bij de kapper in de leesmap. 

Met dit plaatje van Paul die ‘s avonds naar beneden kwam omdat hij niet kon slapen, had ik geen moeite. Natuurlijk was die jurk ouderwets, maar wat een prachtig licht. Alsof hij heilig was, de onschuld zelve. Het had een foto kunnen zijn. Wel eigenaardig dat het felle licht nauwelijks voor schaduwen zorgde. Het onderschrift versterkte deze spookachtige sfeer: ”De deur ging zachtjes open met een klagend gepiep”. Nu ging het gebeuren. Dáár moest je meer van weten. 

Zo voelt het om schuldbewust, ‘s nachts de trap af te komen om iets verschrikkelijks aan je moeder te moeten vertellen. Maar beter dat, dan maar niet te kunnen slapen. Ze weet altijd raad. 

Illustratie: O. Geerling, uit “Een levenslustig Troepje” van E. de Pressense (1899)