Zelf doen
Als ik verticale lijnen zie krijg ik meteen de neiging de wereld op te delen in vlakken. Je kunt er op wachten dat die vlakken zich vullen met mensen. Parallelle verhaaltjes. Samenhang lijkt te ontbreken, maar ze staan samen wel op één foto.
Ik volgde een kleine zelfstandige die bezig was de wereld te ontdekken. Waggelend concentreerde hij zich op z’n stappen vooruit en het daarbij passende evenwicht. Hij scheen zich niet bewust dat z’n opa iedere stap nauwlettend in de gaten hield. De stamhouder hield z’n armen in z’n zij, om elk moment in te kunnen grijpen. Of uit trots over wat hij had voortgebracht. Het rugby shirt suggereerde een band met een wat ruigere tak van sport, maar die horizontale strepen pasten uitstekend in mijn verticale indeling. Zijn houding kwam overeen met een vervaarlijke hondenman in de verte.
Ze hadden eenzelfde doel, zorgen voor 'n wezen dat zichzelf nog niet weet te sturen. Op iedere foto die ik daar maakte is deze duistere figuur aanwezig. Het gangsterhoedje en de zonnebril moesten hem anoniem en onzichtbaar maken, hij hield mij scherp in het vizier. Als er ook maar iets niet beviel, zou hij die enorme hond op me af sturen.
Eigenlijk stond hij hier natuurlijk die prinses te bewaken, die daar voor het eerst als een kip op hoge poten, wiebelend, een volwassen vrouw liep te imiteren. Die hakken waren echt nog te vroeg, maar je moet ergens beginnen. Peuter of puber; alles zelf doen. En er werd ondertussen een nieuwe deelnemer het laatste vlak ingerold.
Open doekje
Deze foto was ook als prentbriefkaart verstuurbaar. Er staan lijnen en stippellijntjes op de achterkant. Meegedrukt is ook een adres van de fotograaf: “Corn v.d. Maath Vuchterdijk 87 ’S Bosch”.
Het is dat gebaar aan het doek. Het heeft iets uitnodigends en fatalistisch. Moeten wij haar achterna, of gaat ze iets geheimzinnigs laten zien? Volg mij, of Hallo Hades? Het begint met die hand op de linkerheup, dan een koket geheven knie. De voet maakt het af, eindigend in een prachtige schoen. De zachte glans van het leer weerspiegelt een extra lamp. Alleen die hand aan het gordijn en de linkerschoen zijn scherp. Heeft hij/zij iets met dansen? Theatrale gordijnen suggereren dat, maar de rand van het vloerkleed en de vloerbedekking (balatum?) brengen je ineens weer terug in een huiskamer of een fotostudio.
Dan het gezicht. Een open rechterhelft, vriendelijk en bijna mannelijk. De perfect aangelichte linkerhelft heeft geen enkele uitdrukking. Flinke onderkaak, kleine mond. Is de foto bedoeld als portret of ter promotie? Zitten we voor of achter het scherm?
Al die tegenstrijdigheden maken dat ik er steeds weer naar moet kijken in de hoop dat ik er vandaag wel een oplossing voor vind.
Iemand heeft ooit veel om deze foto gegeven. Ik vond ‘m in een goedkoop, bruinberookt metalen lijstje. Het steuntje aan de achterkant van verschoten nepfluweel is doorgezakt, en wordt met een veiligheidsspeld op z’n plaats gehouden. Er zitten nog papierresten op de achterkant, deze foto is ooit uit een album met zwarte bladzijden losgetrokken. Ik kan nog net “1933” ontcijferen.
In iedere hoek drie punaisegaatjes, de foto is meerdere keren verhangen. Ook de vorige bewonderaar kwam er niet los van.
Herschikking
Dit is het hoekje voor uitgewerkte beelden in het park Middelheim, bij Antwerpen. Ik bleef wat dralen rond twee bronzen figuren die met iets teveel expressie de koloniale verhoudingen uitdroegen. Een man in uniform en een arabisch geklede grijsaard.
Je gaat er vanuit dat dit ook de opstelling was die de beeldhouwer (Frans Joris) zo had bedoeld. Dat het personeel van het park daar anders over dacht kwam niet bij me op. Nu leek het of de oude man zich verontschuldigend terugtrok, nadat hem duidelijk gemaakt was dat er geweld zou worden gebruikt.
Beide figuren zijn onderdeel geweest van een beeldengroep die gewijd was aan de overwinning op Arabische slavenhandelaren in de Belgisch-Arabische oorlog (1892), dankzij Francis-Ernest-Joseph-Marie Dhanis. Bij de onthulling in 1913 schreef het dagblad Ons Volk Ontwaakt:
“Met omhoog geheven geweer - dat de macht en de moed verzinnebeeldt - aanhoort Baron Dhanis de overgaaf van een Arabisch opperhoofd, dat ootmoedig aan zijne voeten ligt neergeknield. Maar de overwinnaar beteugelt de drift zijner vervoering om, met een beschermend gebaar, de dankbare hulde hem door den vrijgemaakte Afrikaan aangeboden, te ontvangen, in de de vorm van een klein kind, zinnebeeld van de glansrijke toekomst die Kongo tegemoet gaat.”
Deze groep stond op de Zuiderlei en heeft het uitgehouden tot 1950 toen het stadsbestuur besloot dat het monument “plaats moest ruimen voor het autoverkeer”.
Van het geheven geweer rest een stompje dat uit de verte meer een geheven vinger lijkt. Het Arabisch opperhoofd ligt opeens niet meer ootmoedig neergeknield, maar staat en buigt nu en laat dit soort ijzervreters maar even hun gang gaan. Alles zou bij het oude blijven. Wat hebben ze in Afrika te zoeken? Time wil tell, autoverkeer of niet.