Astrid Roemer 1947 - 2026
In het Oude Stadhuis van Den Haag, als raadslid voor GroenLinks, 11 juli 1990.
Saluut
De film ‘Lawrence of Arabia’ zit vol met raadsels. Ik heb de film uit 1962 waarschijnlijk zo’n negentig keer bekeken, iedere keer is anders. Deze keer viel me weer op hoe houterig hij het kantoor van zijn overste generaal Murray verlaat. Dit gebeurt tien minuten na de opening van de film.
Er is dan van alles uit de kast gehaald om Lawrence als een klungel te laten overkomen. De regisseur, David Lean, laat dat met subtiele veranderingen steeds weer zien. Z’n uniform past niet, hij krijgt geen aansluiting met z’n mede-officieren, loopt een tafeltje omver in de kantine of verstoort een biljartpartijtje. Zijn overste moet niks van dit soort buitenbeentjes hebben en Lawrence moedigt dit aan met querulant gedrag, dat z’n hoogtepunt vindt in zijn saluut als hij het kantoor verlaat. Knulliger kan niet. Peter O’Toole roept Murray aan zoals een kind dat de attentie van z’n vader wil; kijk mij eens! Met een slap gebaar salueert hij en trekt daarmee z’n broekspijpen nog hoger op.
Opeens zag ik de overeenkomst met Pim Fortuyn’s saluut als hij: “At your service” zegt bij de verkiezing tot voorzitter van de partij Leefbaar Nederland. Ik heb me altijd afgevraagd hoe hij hier op kwam. Niets wees er op dat hij dit zou gaan zeggen. Het moet diep in hem gezeten hebben. Waarom in het Engels? Het komt allemaal wat klungelig over. Heeft hij die film ooit gezien? Voelde hij zich verwant met T.E. Lawrence?
Beiden kwamen in opstand tegen een elite en voelden zich leiders die aan grootse verwachtingen konden voldoen. Ze waren homosexueel met een zwak voor Arabische jongens, ijdel en stijlbewust, en stierven abrupt. Maar Fortuyn noemde de Islam een “achterlijke cultuur”, terwijl Lawrence er grote bewondering voor had. En waar Lawrence successen behaalde, heeft Fortuyn zijn beloften nooit waar kunnen maken. Zou er een film in zitten?
Ed & Rita
Een man, een vrouw en een microfoon, meer had Hans Buter niet nodig om de balans tussen persbelangen en artistieke expressie te laten zien.
Had Buter een stap naar links gezet, dan was Ed van der Elsken niet in beeld geweest. Maar dan was de rechterschouder van Rita Reys gaan domineren en had je niet kunnen zien hoe zij zich voelde. Zo ontstaat er een dialoog tussen de fotograaf en de zangeres. Maar eigenlijk gaat de foto ook over de plek die Van der Elsken hier inneemt.
Hij was de brutaalste onder de persfotografen die de nachtelijke jazzconcerten vastlegden in het Concertgebouw in de vijftiger jaren. Volgens organisator Lou van Rees kroop hij zelfs onder de vleugel van Oscar Peterson. Het is ook te zien in zijn houding. Met afhangende schouders en bovenarmen tegen z’n lijf gedrukt, probeert hij er ‘niet te zijn’. En tegelijk is het onmogelijk hem te negeren vanuit de zaal of op het podium.
Simon Carmiggeldt vergeleek de fotografen met stoffeerders die tijdens de bruiloft het zeil al willen leggen. Dat moet ontstaan zijn door de kruipende houdingen als ze op het podium waren. Van der Elsken bleef staan als hem dat uitkwam: ”Je probeert onzichtbaar te worden en dat lukte vrij goed hoor. Maar als ik wat moois zag ging ik er wel effe voor staan natuurlijk. Als er dan net iemand verheven zat te luisteren, zag je ze wel denken laat ‘m mooi de kanker krijgen, die persfotograaf. Maar er moet héél wat gebeuren, willen ze mij van het fotograferen afhouden. Ajáááá!”
Johan van der Keuken: “Fascinerend om te zien hoe hijzelf een deel van het optreden werd. Ed was een theatraal personage. Hij had die camera niet voortdurend aan zijn hoofd maar voelde haarfijn aan wanneer er iets ging gebeuren en dan ging-ie ook rustig door, hij schoot veel. Dus tien minuten niets, dan weer vijf minuten zeer intensief.”
Foto: Hans ButerModellenboek
Is het de creatie van Ferry Offerman waardoor dit een oud boek lijkt? Of de naam van Hans Dukkers aan de zijkant? Hij stierf in 1984. Die kloeke flitspaal ziet er dan wel ouderwets uit, maar het zijn de witte galahandschoenen die deze foto gedateerd maakt. Dat soort verlangen naar een chique en beter leven bestaat niet meer.
Dukkers stelde in 1964 samen met mensen uit de reclamewereld en castingbureaus een “International Guide” samen, waarin je foto’s, maten en specialiteiten van Nederlandse fotomodellen kon vinden. Allemaal onder: “auspiciën van Mevrouw A.C. Wynberge-Visser, directrice van Top-Telefoon. Willy Sluiterstraat 38, Amsterdam-17, Holland. Tel. 13 70 80”.
No. 27 in het boek, Myra Gunther, heeft “mooie slanke handen, perfecte benen, dito gebit” en is gespecialiseerd in: “Badkleding & Lingerie”. Rina Lodders, no. 41, schuilt weg achter een globe. Waarschijnlijk een verwijzing naar haar Miss World titel uit 1962/’63. De foto is van Hans Dukkers. Er staan 108 modellen in dit boek, 77 vrouwen en 31 mannen. Alles in zwart/wit, maar de overgang naar drukwerk in kleur is al merkbaar; de kleur van haar en ogen staan er ook bij.
De coverfoto is een goede keus als het over fotomodellen gaat. Dukkers is een van de weinige fotografen in die tijd die raad weet met elegantie. Dit is de periode waar de houdingen van etalagepoppen als voorbeeld voor fotomodellen gaan verdwijnen. Engelse modefotografen zoals David Bailey, Terence Donovan en Duffy gaan dat veranderen.
Ik zie hier een sprookjeswezen (model 64, Anne Traylen) die ons het licht schenkt. De suggestie dat dit allemaal vanzelf gaat, komt door haar linkerarm. Zo ronden goochelaars hun trucs ook af: “En toen was er licht”. Toch blijft er iets onverklaarbaar. Hoe komen die lamp en dat reflectiescherm aan die ‘bewogen’ randjes als alles stilstaat?