The JAM, Paradiso - 12 april 1981
Vandaag 45 jaar geleden. Wat herinner ik me nog van die dag? Niets, alleen de foto’s van het optreden van The JAM bewijzen dat ik die dag wat heb gedaan. Ik was wel wat gespannen voor dat optreden. Er waren al vijf lp’s uit en ik had ze nog nooit zien spelen.
Door foto’s in The New Musical Express wist ik hoe ze zich op de bühne bewogen en hoe ze met hun instrumenten omgingen. De drummer, Rick Buckler, had een enorme kit om zich heen. Bruce Foxton, de bassist, was zeer beweeglijk en Paul Weller stond altijd dicht in de buurt van z’n microfoon. Hij was het belangrijkst, schreef de meeste nummers en had een bijtende voordracht, een angry young man.
Het was een enorm gedrang voor het podium, ik kon er nauwelijks werken. Buckler zat verscholen achter z’n batterijen bekkens en drums en van Weller zag ik maar stukjes tussen een ventilator en drie vloermonitoren voor me. En ik keek teveel tegen hem op. Ik herinner me de worsteling om los van het podium te komen en me naar achteren te dringen.
Intuïtief ging ik daarna het rechter balkon op, het fotograferen was wel minder direct, maar nu kreeg je tenminste een overzicht. Ik hield Weller boven in beeld en wachtte op een beweging die het energieke van zijn performance liet zien. Dat kwam niet vaak voor, hij richtte zich voortdurend op de zaal, ik zag meestal z’n linkerkant. Omdat ze een trio waren, kon ik ze makkelijk binnen m’n kader te houden.
Dit is voor mij de beste foto die dat allemaal in zich heeft. Foxton’s bas geeft aan welke kant je op moet kijken, Weller is net geland na een sprong en kijkt hoe Buckler daar op reageert. Het trio als driehoek, altijd een sterke vormgeving en symbolisch voor energieke optredens.