A.I. jai-jai
Dit zat tussen de LinkedIn post. En je moest snel zijn met het kopiëren, want na een paar seconden was ze weg. Had ik dat nou echt gezien? Deed denken aan potloodventers; ‘now you see me, now you don’t’.
De eerste indruk: een betrouwbaar gezicht dat van alles uitstraalde, behalve sex. Een vrouw van de wereld, zelfbewust. Iemand die gewend is te handelen. Een verzorgd kapsel, haar lippenstift en de kleur van haar montuur waren op elkaar afgestemd. Het rechteroog wat harder, alsof ze genoeg had meegemaakt, het linker open en nieuwsgierig. Deze dame had wat te vertellen.
Toen m’n blik verder langs haar lichaam gleed, veranderde dat gevoel. Haar ogen en mondhoeken stonden neutraal, ernst en sensualiteit passen niet bij elkaar. Zo had ik oudere vrouwen nog niet vaak gezien. Tenzij in strenge schooljuffen fantasieën. Maar daar horen schoolbankjes bij, geen wandelpaden. Iets in haar houding nodigde uit haar te volgen.
Het werd een strijd tussen het aannemelijke en het wenselijke, de fantasie en de realiteit. Waarom zou een oudere vrouw er niet zo bij mogen lopen? Die hebben toch ook wensen? En waarom zou ze haar borsten en billen niet in de etalage zetten, als ze daar trots op is?
De fotograaf had een laag standpunt gebruikt, de helft van de foto gaat over haar benen. Die geven rare schaduwen op de grond, zo lijken ze onder haar rokje wel doormidden geknipt. Haar schouders zijn in de schaduw breed gebleven, ook al zijn ze nu gedraaid.
Ik kreeg meteen AI bijgedachten; al die eigenaardigheden, of dat niet te lang mogen kijken. Totdat ik nog iets eigenaardigs tussen haar rechteronderarm en buik ontdekte. Iets dat de retoucheur, of AI, in de haast over het hoofd had gezien. Artificial Intelligence is nog niet helemaal volmaakt, de mens als slordel is nog net zichtbaar.